Sla over naar de inhoud

Preek Zacharia 12:10

Iedereen zal beamen dat wij mensen ons moeten bekeren. Maar als puntje bij paaltje komt: wat is bekering moeilijk! Hoe kan ik mij bekeren tot God? En op welke manier helpt God mij daarbij? In een preek wordt het evangelie verkondigt van Gods onmisbare steun en hulp in onze bekering.

Liturgie
Psalm 117
Psalm 130:1,2 (na wet)
Psalm 51:3,5 (na Schriftlezing)
Gezang 26b:4 (na preek)
Psalm 118:8 (na geloofsbelijdenis)
Gezang 36:3

Schriftlezing Zach. 12:1-13:1; Openb. 1:1-8
Tekst Zach. 12:10

Preek Zach. 12:10
Door ds. C. Koster

De ware bekering bewerkt door de Geest van de gekruisigde Christus
1. Uitstorten van de Geest
2. Zien op God
3. Bittere rouw

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

Bekering is belangrijk. De Heere vraagt van u en van jou, dat jij je bekeert. Dat zult u allen ongetwijfeld beamen. Maar bekering is erg moeilijk. Vooral als het om de bekering van jezelf gaat. Als je je ergens van moet bekeren, dan kijk je liever eerst naar de ander. De mensen om je heen. Die doen het toch ook? Of, die doen het veel slechter dan ik. Waarom zou ik me dan moeten bekeren. Zo erg is het toch ook weer niet met mij…

En bovendien mag ik er toch op vertrouwen dat God mij beschermt? Dat Hij om mij heen staat en mij voor afvallen van de Heere bewaart? Dus, alles bij elkaar genomen zal het wel op z’n pootjes terecht komen…

Nu, gemeente, in onze tekstverzen zien we inderdaad, dat de Heere zijn volk beschermt. Dat zegt Zacharia in zijn profetie van hoofdstuk 12. De Heere zal de vijanden van het volk van de Heere tegenstaan. Wegvagen, zegt vers 9.

Maar, dat is niet het enige. Dat God zijn volk beschermt is één. Maar dat God bekering van zijn volk vraagt, dat hoort daar helemaal bij. God eist van zijn volk inkeer, bekering van zonde en slechtheid.

En weet u waarom die twee samen gaan, gemeente. Als de Heere zijn volk wel beschermt tegen vijanden van buitenaf. Dan is het volk eigenlijk nog niet voldoende beschermd. Want Gods kinderen zijn ook een gevaar voor zichzelf. De vijandschap tegen God en zijn volk zit immers niet alleen bij anderen. Nee, die vijandschap huist ook in de harten van Gods kinderen zelf. De zonde, die zit daar binnen in. Daar moet ook tegen gevochten worden. Dat verlangen om zonden te doen. Of de neiging om nalatig te zijn. Om slordig de Heere en zijn genade en beloften te vergeten, al is het voor ’n moment. En eigen wegen te gaan. Daar moet Gods volk ook tegen beschermd worden.

En dat is precies de reden waarom het noodzakelijk voor Gods volk is, om zich te bekeren. Voor u en jou en mij. Dat u zich bekeert van uw zonden. Elke dag weer. Zeggen: Heere, leer mij om het kwade te haten en weg te doen. En laat mij in uw wegen wandelen. Verdriet dat u God beledigt en zijn toorn heeft opwekt door uw zonden. En juist vreugde in het doen van zijn wil.

Nu, over die bekering gaat het in ons tekstvers. De bittere klacht over hun zonde. Ze rouwen om hun ongeloof, hun verkeerdheid. En ze keren zich tot God.

En om deze profetie van Zacharia goed te begrijpen, is het heel belangrijk dat we letten op de volgorde in ons tekstvers. Want de bekering is er. Dat kunt u lezen, mensen zien op God, ze bedrijven rouw om hun zonden. Maar daar begint het niet mee. Wat is het begin van hun bekering? Dat lezen we in vers 10: “Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten.”

Bekering van mensen, dat begint bij God zelf! Hij zal zijn Geest uitstorten! De volken buiten Israël veroordeelt de Heere, en vaagt Hij weg, in zijn rechtvaardig oordeel. Omdat zij God en zijn volk Israël tegen staan. Maar zijn volk zelf, daar zal God zijn Geest geven.

En dan niet maar een beetje van zijn Heilige Geest. Nee, uitstorten staat er. De volle laag. In rijke mate zal de Heere zijn Geest schenken aan zijn volk. Hij zal krachtig in hen werken. Zodat Gods volk zich bekeert.

Dat is genade. De Heere schenkt zijn Geest aan zijn volk. Hij stort zijn Geest uit. Hij zelf is het begin en de oorzaak dat zijn volk anders is dan de wereld om hen heen. Dat is genade, gemeente. Gods verkiezende genade, en niets anders.

Vandaag mogen we dat zien in de kerk. De Heere zelf geeft het aan zijn kerk, dat zij anders mogen zijn dan de mensen die de Heere niet kennen en dienen. En als je ook deel wilt krijgen aan dat machtige genadegeschenk van de Heere.

Dan moet je dus in de kerk zijn. Daar wil God het geven. Daar belooft Hij het te geven.

Buiten de kerk kan Hij ook werken, zeker. De Geest is niet gebonden. Maar Hij bindt u en jou wel aan zijn woord en aan zijn kerk. Het staat er ook hier in Zach. 12:10 niet voor niets bij. Hij stort zijn Geest uit over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem.

En dat is ingrijpend, als we kijken naar onszelf, gemeente. Want hieruit leren we tegelijk, dat bekeren iets is, wat u niet zelf kan. Ook al bent u kerk, ook al bent u gedoopt, ook al bent u christelijk en godvrezend opgevoed. Bekeren kan je niet leren. Het is geen trucje, geen foefje, geen handigheid.

Nee, echt zien dat je God door je zonden toornig hebt gemaakt. Dat je Gods heiligheid aantast. Dat u Hem in zijn grote majesteit beledigt met uw overtredingen. Dat kan u niet uit uzelf.

En als u dan bij uzelf opmerkt dat u God wel wilt liefhebben en dienen. Dat u wel gelooft. Dat u wel verlangt om het goede te doen. Dat is het werk van de Heere zelf, door zijn Geest. Pas ná de uitstorting van de Geest is er bekering. Bekeren is genade!

Dat ziet u ook in dit tekstvers. Want weet u welke bijzondere omschrijving Zacharia geeft van de Heilige Geest? Hij noemt de Geest: de Geest van genade en van de gebeden. En die namen laat ons des te meer zien dat de Heilige Geest een genadegave is van God aan mensen.

De Geest van genade. Dat betekent, dat de Geest zelf een genadegeschenk is van God afkomstig. En de Heilige Geest verbindt Gods kinderen met Jezus Christus. Zodat de Heilige Geest ervoor zorgt dat u genade put uit de bron Jezus Christus. De Geest die u de genade doet ontvangen. De Geest die u doet openstaan voor de genade van Christus. De Geest die uw harde hart openbreekt en het verstand verlicht. Zodat u ja en amen zegt op het evangelie. En u al Gods geschenken ook daadwerkelijk ontvangt.

Hij is ook de Geest van de gebeden. Dat betekent dat de Heilige Geest u leert bidden. Hij zorgt ervoor dat u gaat bidden tot God. Dat u de hulp niet van u zelf verwacht, of van anderen. Maar van God. De Geest is het immers die u doet roepen: Abba, Vader. Roepen, in de betekenis van uitroepen in nood. Vluchten tot God. Alles wat u nodig heeft, de Heilige Geest zorgt ervoor dat u dat gaat neerleggen voor de Heere.

Zo leert God ons wie deze Heilige Geest is, die u en jou gegeven wordt in rijke mate. Zodat u genade mag ontvangen. Zodat u leert bidden.

En natuurlijk betekent dat ook iets voor uzelf. Kunt u rustig afwachten en niet bidden, want de Heilige Geest leert het u vanzelf wel? Nee, zeker niet. Als de Geest u wil laten bidden. Dan is niet-bidden dus feitelijk de Heilige Geest tegenwerken. De Heere vraagt van u om te bidden. Om God te kennen en te zoeken in wat u nodig heeft.

En ook daarin werkt de Heere zo bijzonder. Want genade en gebed, die versterken elkaar. U mag de Geest van de genade ontvangen. Die Geest leert u bidden. En als u dan bidt om genade, mag u weer des te meer genade ontvangen. Om zo vervolgens weer intenser, afhankelijker, dankbaarder te bidden. De Heere geeft genade op genade!

En in onze tekstvers zien we dit gevolg dan ook beschreven worden. Door de uitstorting van de Heilige Geest zijn daar mensen die God zoeken. Dat is het tweede gedeelte van de preek. De Geest wordt uitgestort. En vervolgens gaan mensen op God zien. Dat staat er in vers 10: “En zij zullen Mij aanschouwen, die zij doorstoken hebben.”

Nu is het goed om even te kijken naar de vertaling. Want zoals het er nu staat, is het wat lastig om te begrijpen wat Zacharia precies bedoelt. Een andere vertaling, die ook goed mogelijk is, maar wat iets duidelijker de betekenis weergeeft is dit: Zij zullen Mij aanschouwen vanwege degene die zij doorstoken hebben.

En dan wordt de bedoeling ook duidelijker. Zacharia profeteert namelijk, dat er iemand doorstoken zal worden. Iemand zal gedood worden. Dat is dus iemand, die veracht is. Niet belangrijk. Iemand, die zelfs niet langer verdiende te leven. En daarom doorstoken en gedood wordt.

Maar dan ziet u in dit tekstvers een grote verandering. Opeens ziet men in, dat ze iemand hebben doorstoken en gedood, terwijl dat niet moest. Terwijl dat een grote zonde is tegen de Almachtige God!

Een enorme wending dus. Hoe kan dat? Waardoor is die enorme ommezwaai veroorzaakt? Nu, dat komt doordat God zijn de Heilige Geest heeft uitgestort. Heel duidelijk: eerst wordt de Heilige Geest uitgestort, en dan komt deze inkeer. De Heilige Geest bewerkt dus deze wending. Hij opent de ogen. Hij ontsluit het verstand. Hij breekt de harde harten. Zodat ze zien: wat wij gedaan hebben is totaal verkeerd. Wij hebben gezondigd tegen de Heere. Ze bekeren zich. En daarom zoeken ze Gods aangezicht, in diepe rouw gedompeld. Een bekeringswonder. Een genadegeschenk van Boven, van de levende God.

Kijk, dat is ook een les voor ons vandaag. Als u zich moet bekeren van dit of van dat. Dan moet u zichzelf niet voorhouden dat het wel te doen is met wat zelfdiscipline en zelfmanagement. En als het niet lukt, dat je dan te weinig zelfdiscipline zou hebben. Nee, bij bekering, moet u allereerst dit doen: zien op God! Je keren tot God. Hem bidden om genade, om zijn Geest. Zodat je ook de kracht krijgt om te breken met het verkeerde. Daar belooft Hij hulp en kracht voor. Soms ook door zelfdiscipline of hulpinstanties. Maar dat is nooit het eerste. Bekering begint bij God.

Ja, en gemeente, dan de grote en belangrijke vraag: wie is deze Man dan, die doorstoken wordt. Over wie gaat het hier in Zacharia 12:10?

Er zijn wel mensen die denken dat Zacharia een tijdgenoot van hem heeft bedoeld. Dan wordt deze genoemd en dan die. Maar het mag wel duidelijk zijn dat het hier om profetie gaat. Over een tijd die komt. De toekomst, verder weg.

En u weet wel, dat dit Schriftwoord door Johannes ook genoemd wordt, als vervulling van wat aan de Heere Jezus werd gedaan, toen Hij aan het kruishout hing. Hij wordt doorstoken met een speer, om te zien of Hij al gestorven was. Hem zullen zij zien, die doorstoken is. Jezus Christus zei het zelf ook tegen Thomas, zie maar de wonden in mijn hand, en leg uw hand in mijn zij. De Heere Jezus, de Man die doorstoken is. En dat doorsteken, slaat dan niet alleen op dat moment. Maar dat verwijst eigenlijk naar heel zijn sterven. Het feit dat ze Jezus Christus gedood hebben.

En als we dan de Schriften openen, gemeente. Dan zien we ook dat Zacharia niet de enige is, die over Jezus Christus profeteert, als degene die doorstoken zal worden. Ook Jesaja sprak al van Hem. In dat bekende hoofdstuk Jes. 53, over de Knecht van de Heere, de Man van Smarten. In vers 5 geeft de HSV weer, dat deze Knecht, de Heere Jezus dus, om onze overtredingen verwond is. Maar de NBG ’51 vertaling geeft dat vers net iets anders weer: Hij werd om onze overtredingen doorboord. Jezus Christus, die kwam om te sterven voor uw en mijn zonden. Hij werd doorboord. Doorstoken met een speer. Men achtte Hem niets waard, behalve dan de dood. Kruisig Hem. Weg met Hem.

En als we dat overdenken, gemeente, dan zien we de diepte van Gods heilsplan. En de grote van Gods genade. Want hoe bijzonder is het. Juist doordat Hij gekruisigd en doorstoken werd. Juist in die weg van verachting en verwerping door zijn eigen volk Israël. Juist daardoor heeft Jezus Christus de toorn van God gedragen. Heeft Hij al de ongerechtigheden op zich genomen. En heeft Hij de vrede aangebracht. Hij stierf en stond op. Hij voer ten hemel. En stortte vanuit de hemel zijn Heilige Geest uit. Die Geest, van genade en gebeden.

Ook het doorsteken van Jezus Christus is Gods heilsplan. Want zo heeft Jezus Christus de Heilige Geest verworven. En deelt Hij uit van zijn genade. Ja, bewerkt Hij bekering bij de mensen. En vergadert Hij zijn kerk, met meer kracht en genade dan ooit te voren.

Daarover tot slot in het derde gedeelte van de preek. Wat is het gevolg van de uitstorting van de Heilige Geest, zegt Zacharia? Dat lezen we ook in vers 10: “Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.” Intense rouw. Zo wordt dat ook verder beschreven in vers 11-14. Heel het volk doet mee aan de rouw. Een ongekend verdriet.

Net als het verdriet van iemand die één kind van God heeft ontvangen, en die weer moet missen, omdat hij of zij komt te overlijden. Het verdriet van de dood van een eerstgeborene was nog extra intens, omdat toen juist de eerstgeboren het kind was met grote verwachting en grote beloften. De opvolger van de vader, het kind met de grootste zegen. Denkt u aan de rouw in Egypte, toen al die eerstgeboren zonen gedood werden door de verderfengel. Zo groot was het verdriet in Egypte. Zo groot verdriet zal er ook zijn in Israël als ze tot bekering komen. Diepe, intense, ja bittere rouw. Onbeschrijfelijk.

En die rouw hebben ze dan waarover? Die hebben ze vanwege hun zonden. Vanwege hun verkeerdheid. Omdat ze die Man hebben doorstoken.

En dan moeten we natuurlijk niet blijven staan bij het Oude Testament. Als we dat bezien in het licht van het Nieuwe Testament, dan zien we de diepte van dat verdriet. Dat ze Gods eigen Zoon hebben laten kruisigen. Dat ze zo God zelf op de meest gruwelijke wijze hebben miskend en geloochend.

En ook verder. Als de Heilige Geest wordt uitgestort op die Pinksterdag. Dan gebeurt precies van Zacharia hier had geprofeteerd. Petrus verkondigt het evangelie, van Jezus Christus en die doorboord. En wat is het effect?

Mensen zien op God. Ze mogen zien dat er bij God vergeving is, van deze grote zonde. Dat er bij God vergeving is, ook van al hun zonden. Ja, ze zien in dat het nodig was dat Jezus Christus gekruisigd werd, juist vanwege hun zondige aard. Al hun schulden, al hun onvermogen, al hun ongerechtigheden. God geeft het, dat er op die dag en ook in die dagen erna duizenden mensen tot bekering komen.

Een groot wonder, door de krachtige werking van de Heilige Geest. En zo gaat het werk van de Heere ook nu en vandaag. Niet met zulke grote aantallen en zulke opzienbarende wonderen. Maar de Geest werkt nu net zo goed als toen. Hij brengt mensen tot geloof en bekering. Hij geeft innerlijke vernieuwing.

En Hij wil ook die diepe smart en rouw geven. Dat u ziet op God en op zijn Zoon Jezus Christus, de kruisigde en doorstokene. Hij moest lijden en sterven, omdat u zondig bent en schuldig staat tegenover God. Die rouw, omdat het zo erg met u en mij is. Dat we er zo erg voorstaan, dat we zo van God vervreemd zijn. Onze eigen Schepper en Verlosser zouden we niet willen erkennen en dienen, als God het zelf niet aan ons gaf.

Gode zij dank, dat Hij zijn Geest uitstort. En dat Hij die rouw en inkeer wil bewerken.

Want er is ook een ander soort rouw. Een rouw, die ook ziet op Hem, die zij doorstoken hebben. Maar dan een rouw, terwijl er geen inkeer en bekering meer mogelijk is. Daarover spreekt Jezus Christus zelf in Mat. 24:30: “En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid.”

Maar dan is het te laat. Want dan zien ze Jezus Christus komen op de wolken. Maar toen ze Hem nog niet zagen, geloofden ze ook niet in Hem. Hebben ze Gods liefde en genade veracht. En Gods Geest niet aanvaard.

Ja, dat zijn die mensen over wie ook in Openb. 1:7 wordt gesproken. “Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen.” Ieder die Hem ziet zal rouw bedrijven. Maar de ene, omdat hij berouw heeft om eigen zonde en ellende, en Jezus Christus erkent als Verlosser. De ander, omdat hij dat niet deed en vreest voor zijn eigen oordeel en ondergang.

Daarom mag juist deze tekst uit Zach. 12:10 u brengen, tot overdenking van uw zonde. Tot rouw, berouw, inkeer. Dat u zich eens te meer keert tot de levende God. Vlucht tot Hem, bij wie uitkomst is.

Want eens zal ieder zijn knie voor Hem buigen. En elk oog zal Hem zien. Ook zij die Hem doorstoken hebben.

Maar er is genade, vergeving voor wie zich bekeert. Wie zich bekeert, die mag tot God gaan. Zij zijn welkom.

Want op die dag, zegt Zach. 13:1, is er zoveel genade: “Op die dag zal er een bron geopend worden voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid.” Die bron van genade, die nooit opdroogt. Omdat Jezus Christus zelf die Bron is.

Ieder die zich met rouw en verdriet bekeert tot God en zijn Zoon. Zie zal altijd genade en vergeving ontvangen.

Juist daarom hing Jezus Christus daar aan het kruishout. Juist daarom werd Hij doorstoken. Is Hij begraven. En stond Hij op. Opdat Hij zijn Geest kon uitstorten. En zijn Koninkrijk kon vestigen.

Met dat werk gaat Hij door. Totdat Hij terugkomt. Dan zal elk oog Hem zien. En dan mag u, broeders en zusters, uit zijn doorboorde handen het eeuwige leven ontvangen. Hij, de Man die zij doorstoken hebben, Hij geeft het aan u, uit genade. Amen.

Published inPreek

Reacties zijn gesloten.