Sla over naar de inhoud

Preek Richteren 4

Gods wonderlijk ingrijpen door de vrouwenhand van Jaël. Een preek over Richteren 4, een oeroude geschiedenis over Gods grote daden in de tijd van Debora, Sisera en Jaël.

Liturgie
Psalm 97:4
Psalm 76:2,3 (na wet)
Psalm 83:2,4,6 (na Schriftlezing)
Psalm 18:8 (na preek)
Psalm 37:16 (na geloofsbelijdenis)
Psalm 68:11

Schriftlezing Richteren 4 en 5:31
Tekst Richteren 4:3, 8, 15, 22-23

Preek Richteren 4
Door ds. C. Koster

De strijd van de Heere voor zijn volk door de handen van Debora en Jaël
1. God bewaart zijn volk
2. God belooft de overwinning
3. God bewijst zijn aanwezigheid

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

Als je deze geschiedenis leest van Richteren 4, dan beklimt je toch een wat onbehagelijk gevoel. We lezen over oorlog, in al zijn verschrikking. En een leger-generaal, die op zeer verraderlijke wijze wordt gedood. Kunnen we dat vandaag nog wel lezen? Is dat nu een geschiedenis die we in de kerk, met jong en oud, mogen lezen en verkondigen? Is dat wel verantwoord?

Nu, gemeente, laten we deze geschiedenis eens rustig samen bekijken om te zien hoe hierin het evangelie mag klinken en worden verkondigd.

Allereerst, wanneer speelt deze geschiedenis zich precies af? Een datum hebben we niet, maar wat we wel weten is dat deze geschiedenis zich afspeelt na de komst van Ehud. Israël werd onderdrukt door vijanden, omdat het van God was afgeweken. God gaf verlossing door de richter Ehud.

En nu is Ehud gestorven. De belangrijke vraag is dan: en hoe gaat het nu verder, zonder richter Ehud? Had het volk geleerd van dit goddelijk ingrijpen door Ehud? Was door Gods genadige verlossing ook Israëls neiging tot afgodendienst verbroken?

Meteen in het eerste vers, Richt. 4:1, ontvangen we antwoord op deze vraag. Israël deed wat slecht was in de ogen van de HEERE. Het begon weer van voren af aan. Het volk had niets geleerd.

En daarom straft God zijn volk opnieuw. Nu door de hand van de Kanaänieten. Die Kanaänieten hadden toen Jabin als koning en Sisera was de generaal van hun leger. En dat heeft Israël geweten. Twintig jaren lang duurde deze onderdrukking. Een onderdrukking met geweld, staat er duidelijk bij in vers 3. In hoofdstuk 5, het lied van Debora, wordt een huiveringwekkend beeld geschetst van deze onderdrukking. Er heerste angst. En aan het einde van die twintig jaren was je op de grote wegen van Israël niet veilig. Handel vond niet meer plaats. Koning Jabin had door generaal Sisera en zijn leger het volk Israël echt in de greep. En dat kwam, omdat Sisera een machtig leger had. Negenhonderd ijzeren strijdwagens, de tanks uit die tijd. Dat was een enorm aantal. Israël kon en durfde niets te beginnen.

Maar misschien wel de meest trieste opmerking tot nu toe volgt dan in vers 4. Want Debora was in die dagen profetes. Dat is natuurlijk een zegen, de HEERE was met zijn Woord blijkbaar nog in Israël. Er was een profetes die het Woord van God kon doorgeven aan het volk. Maar wat een armoede! Want let u er op wáár deze profetes haar hulp geeft. In vers 5 wordt dat aangegeven: zij zit bij een boom tussen Rama en Bethel.

Zij was dus níet bij de tabernakel, de tent van ontmoeting. Blijkbaar was Debora een gebruikelijke weg voor rechtspraak en moeite, naast of misschien wel boven de priesters in de tabernakel. Immers de wet van God spreekt over de priesters die uitleg geven uit Gods woord en uitspraken kunnen doen via de Urim en de Tummim.

Er waren blijkbaar geen priesters, bij wie deze mensen terecht konden.

En daarbij, Debora is een vrouw. God gaf hier aan een vrouw profetische gaven, zodat zij geestelijk leiding kon geven. De normale weg was via de tabernakel en dienst van mannelijke ambtsdragers. Maar blijkbaar was de geestelijke leiding van mannen in die tijd weg.

Zo heeft Debora haar plek ingenomen in Israël. Als een moeder van Israël, zegt het lied van Debora in Richteren 5:7. Een profetes en richter. En van haar uit gaat de Heere uitkomst bewerken.

De Heere gaat uitkomst geven. De naam Debora hebben we al zo vaak gehoord, dat je er misschien niet meer van op kijkt. Maar u moet zich goed realiseren dat hier een wonder gebeurt. De Heere gaat hier uitkomst bewerken. Debora mag van Godswege in actie komen. De Heere ontfermt zich. God geeft uitkomst, Hij vergeeft, Hij verlost in Jezus Christus. Hier is Jezus Christus bezig om zijn volk ook in het Oude Testament, ook in deze donkere Richteren-tijd, uitkomst te geven.

Debora mag van Godswege in actie komen. En zo roept Debora Barak om in Israël het leger aan te voeren en de Kanaänieten te verslaan. Een goddelijke boodschap, krachtig en helder. Debora zegt tegen Barak: je moet strijden tegen de Kanaänieten, want God zal ze in jouw hand, in jouw macht geven.

En God geeft via Debora niet alleen een opdracht. God vertelt Barak ook de strategie van deze oorlog. God vertelt ook hoe de strijd zal verlopen. Wat God zal doen. En dat God vast en zeker de overwinning geeft.

Kijk, en dan zien we meteen opnieuw iets bijzonders. Want de Heere gaat verlossing geven. Maar dat doet God niet bij toverslag. De Heere geeft verlossing, door middel van strijd en oorlog. En dat doet de Heere met reden. De reden namelijk, dat de Heere zijn volk traint, en wel op twee manieren, precies zoals Hij dat in Richt. 2 had aangekondigd.

De Heere traint zijn volk in de strijd, in de oorlogsvoering. En de Heere traint zijn volk in het geloof. De Heere wil zien of Barak deze belofte van God via Debora gelooft. De Heere wil zien of het volk Israël gehoorzaam samenkomt om als één leger de vijandige Kanaänieten te verslaan. Vertrouwt Barak, vertrouwt Israël dat Gods belofte krachtig is en vervuld zal worden?

U kent het antwoord. Vertrouwt Barak? Hoe sterk Debora ook zegt: Immanuel, God is met je. Barak twijfelt. Hij wil wel gaan, maar Debora moet mee. Het Woord alleen is voor Barak niet genoeg. Debora moet als levend bewijs van Gods belofte en aanwezigheid meegaan. Deze reactie van Barak laat niet alleen zien hoe groot het aanzien was van Debora in die tijd. Het laat ook zien het klein-geloof van Barak. Hij aarzelt, hij twijfelt, hij stelt voorwaarden.

Debora besluit om met hem mee te gaan. Maar daar zegt Debora wel twee dingen bij. Nogmaals bevestigt zij de belofte: God geeft de overwinning. Gods genade wordt niet afgeketst door het klein-geloof van Barak. De Heere ontfermt zich opnieuw.

Maar Debora geeft naast die belofte nu ook een teken bij die belofte. Want niet Barak zal de eer krijgen, maar een vrouw zal Sisera verslaan. Een teken. Als Barak straks ziet dat inderdaad een vrouw Sisera verslaat, dan weet hij zeker dat het God is, die deze overwinning heeft gegeven, precies zoals Debora had geprofeteerd.

Letten we in het tweede gedeelte van de preek allereerst op die belofte, namelijk dat God de overwinning geeft aan Israël.

Nu Deborah meegaat, gaat Barak gehoorzamen. En dan zien we dat er mannen zijn in het volk Israël die geloven. Want er komt een leger samen. Een leger van wel 10.000 Israëlieten. 10.000 man geeft gelovig gehoor aan de oproep om te strijden tegen Sisera. Een geloofsdaad, heel bijzonder. Want Sisera had een zeer machtig leger. Om daartegen te strijden, dat vergt geloof. En toch komen ze, 10.000 man! Ze komen bij elkaar in Kedes en gaan naar de berg Tabor, een strategische plaats in het Noorden van Israël.

Echter moeten we bij deze mooie gebeurtenis ook meteen een kanttekening plaatsen. Is héél Israël verenigt in deze strijd? Kwamen de Israëlieten bij elkaar van alle stammen? Nee, helaas niet. Het volk Israël was geroepen om sámen te strijden. Eén voor allen, allen voor één, zoals ook in de tijd van Jozua. Samen als stammen van Israël moesten ze de strijd aangaan tegen de vijand van Israël.

Maar het blijkt dat niet alle stammen meedoen. De stam Ruben, het Overjordaanse gedeelte van de stam Manasse, de stam Dan en de stam Aser, ze komen allemaal niet opdagen. Het volk is verbrokkeld, de eenheid in het geloof is ver te zoeken. Donkere tijden van geestelijke nood.

Maar goed, die 10.000 man staan er wel. En ze gaan strijden. Sisera heeft van deze opstand gehoord, en ook hij komt naar de berg Tabor toe.

U moet zich dat zo indenken. Eerst heb je de berg Karmel. Daarboven loopt de beek Kison, dat is een beek die stroomt vanuit dat Karmel-gebergte. En dan ligt ten noordoosten van de Karmel en de beek Kison, de berg Tabor, waar het leger van Israël verzameld is.

Sisera komt van het zuiden en steekt de Kison over, en bevindt zich zo met zijn leger aan de zuidkant van de berg Tabor, aan de voet van de berg. En dan begint de strijd.

Debora strijd niet mee, maar zij geeft wel als profetes van Godswege aan het moment waarop Israël van de berg af moet gaan richting het leger van Sisera. Vers 14: “Sta op, want dit is de dag waarop de HEERE Sisera in uw hand gegeven heeft.” En dan zegt Debora daarbij iets bijzonders, in vers 14! “Is de HEERE niet uitgetrokken voor u uit?”

Dit is bijzonder! Dit is precies wat de HEERE beloofd heeft al in de tijd van Jozua. Bijvoorbeeld in Joz. 23:10: het is de HEERE, uw God, Zelf die voor u strijdt! Dat zegt Debora: de HEERE trekt voor u uit. De HEERE zal voor u strijden. De HEERE is de Held, zoals dat ook in de Psalmen wordt gezegd, de Held die strijd voor zijn volk. Hij zal de tegenstander verslaan en overwinnen.

En dat is, gemeente, wat hier gebeurt. De Heere strijdt en overwint. De HEERE brengt het leger van Sisera in verwarring. Het is de HEERE die zelf dat leger neerslaat, waarna het leger van Barak alleen maar de laatsten hoeft te achtervolgen en doden.

Het gaat namelijk zo: het leger van Sisera wordt allereerst door de HEERE in verwarring gebracht. Het is zeer aannemelijk dat dat gebeurde door een zware, plotselinge onweersbui en hevige regen. Vervolgens komt het leger van Israël van de berg Tabor af naar het zuiden, waar Sisera en zijn leger zijn. Dan vluchten Sisera en zijn leger met die ijzeren strijdwagens weg van de Israëlieten, en zijn gaan daarom ook naar het zuiden, richting de beek Kison, om daar doorheen te gaan. Maar die beek Kison is dan het grote probleem voor Sisera en zijn mannen. Want normaal is die Kison een klein beekje, wat niets voorstelt. Maar door die hevige onweersbui is die beek een sterke stroom geworden. Door die beek verdrinken de soldaten en lopen de ijzeren strijdwagens vast in de aarde. Ze kunnen geen kant op. Te voet moeten ze vluchten. Een schaamtevolle nederlaag.

Nu denkt u misschien: waar staat dat dan, over die onweersbui en de beek Kison? Nu, let u op verschillende dingen. Allereerst de belofte van Debora in Richt. 4:7: “Ik zal Sisera bij de beek Kison naar u toetrekken met zijn strijdwagen en zijn troepenmacht en Ik zal hem in uw hand geven.”

En verder wordt ook in Richt. 5 die beek Kison genoemd. In Richt. 5:20-21 wordt aangegeven dat de sterren meestrijden en dat de beek Kison het leger van Sisera met zijn sterken meesleurt. Dat is onmogelijk voor een kleine beek. Maar als er plotseling hevige regen is, is het wel begrijpelijk. Want die beek wordt door regenwater vanuit de berg Karmel en Tabor opeens tot een sterk stromende rivier. Met dat weer en zo’n rivier zijn ijzeren strijdwagens zwaar, waardeloos, onbruikbaar. En is het leger opeens totaal verward. Kunnen ze zich niet opstellen en strijden. In die wanorde zit er maar één ding op: vluchten.

Heel duidelijk is dus dat de HEERE strijd voor zijn volk. Trek op, want de HEERE gaat voor u uit. Ook al zijn zo met 10.000 man. De strijd en de overwinning ligt niet door hun aantal en door hun kracht. Het is de Heere, die overwinning geeft. Hij die de elementen, de aarde, het water, de regen beheerst en gebruikt om zijn strijd te strijden. Om de overwinning te behalen. Onze hulp is in de Naam van de HEERE, die hemel en aarde gemaakt heeft!

En zo mag Barak met zijn leger het laatste werk doen. Het leger van Sisera najagen en neerslaan. En dat doen ze, tot de laatste man toe. De HEERE vervult zijn beloftewoord: Hij geeft de overwinning. De macht van Jabin, de koning van de Kanaänieten is gebroken.

Tenminste, het leger is verslagen. Maar één belangrijke man is nog voortvluchtig. In de hitte van de strijd probeert Sisera, de generaal van het vijandige leger, te ontkomen. En nu laat de Bijbelschrijver ons zien, hoe ook het teken dat Debora aan Barak gaf, in vervulling gaat. Niet aan Barak zal de eer zijn, maar Sisera zal gegeven worden in de hand van een vrouw. Daarover in het derde gedeelte van de preek.

Sisera vlucht. En omdat hij de leider van het leger is, is het enorm belangrijk wat er met hem gebeurt. Richt. 4 zoomt nu in op de voetstappen van deze voortvluchtige generaal.

Sisera gaat naar de tenten van Heber, zegt vers 17. Wie is Heber? Heber is via Mozes vrouw familie van Israël, maar wilde niets te maken hebben met Israël. Sterker nog, Heber had een verbond gesloten met koning Jabin en generaal Sisera. Heber was dus bevriend met Israëls vijand.

Heber zelf was blijkbaar niet thuis, maar zijn vrouw Jaël wel. En zo vangt Jaël Sisera op en biedt ze hem spontaan hulp aan, zo lijkt het. Ze nodigt hem uit. Hij vraagt om water, ze geeft hem melk. Ze verzorgt hem goed en beschermt hem. Ze dekt Sisera toe, mogelijk ook om hem te verstoppen. En zo valt Sisera in een diepe slaap.

En dan blijkt het echte plan van deze Jaël. Want wat doet ze? Met een hamer en een tentpin dood ze Sisera, de generaal van het leger van de Kanaänieten. Zij verslaat de vijand van Israël. Op zeer bijzondere wijze verkrijgt Israël de overwinning. En op zeer vernederende wijze worden de Kanaänieten verslagen. Het was een grote schande als je gedood werd door een vrouw.

Denkt u aan Richteren 9:53, een vrouw gooit een molensteen op het hoofd van Abimelech.

De zwaargewonde Abimelech vraagt dan aan zijn knecht om hem neer te steken, zodat ze later niet van hem zullen zeggen dat hij gedood is door een vrouw. Zo is Sisera te schande geworden, doordat hij neergeslagen is door een vrouw.

Nu is dit in meerdere opzichten een bijzonder ingrijpende gebeurtenis, gemeente. Moet u zich indenken. Deze geschiedenis speelt zich af in een cultuur waarin gastvrijheid in hoog aanzien staat. Denkt u aan de gruweldaad in Gibea, waarin een man zijn gasten beschermt ten koste van zijn bijvrouw. Denkt u aan Sodom en Gomora, waarin Lot zijn gasten beschermt bijna ten koste van zijn twee dochters. Dat zijn dingen, die wij ons niet kunnen voorstellen! En in zo’n cultuur staat Jaël, biedt ze gastvrijheid aan Sisera, maar dood ze hem, terwijl hij slaapt. Dat is dus een onmogelijke daad als we letten op de tijd en cultuur van toen.

Vervolgens is het naast die gastvrijheid ook zo, dat er tussen de stam van Jaël en het volk van Sisera vrede is. Ze zijn bondsgenoten, ze helpen elkaar. Op grove wijze wordt dat verbond en de onderlinge banden geschonden door Jaël.

En bovendien is Jaël een vrouw en handelt ze zonder overleg met haar man, hoogst ongepast en ongebruikelijk in de tijd van toen.

Dat brengt ons bij één grote vraag. Waarom doet Jaël dit? Wat brengt Jaël tot deze ingrijpende daad?

Er zijn gereformeerde exegeten die deze daad van Jaël verklaren, door te zeggen dat Jaël geloofde in de God van Israël. Dat zij koos voor Israël en de God van Israël. En dat haar daad vanuit dit geloof is te verklaren. Een geloofsdaad, door de Geest van de Heere bewerkt.

Maar zelf geef ik de voorkeur aan een andere uitleg. Want nergens in deze twee hoofdstukken en nergens in de Bijbel staat dat Jaël gelooft. Uit haar daden blijkt wel dat zij in deze strijd de kant kiest van Israël. Maar uit niets blijkt dat haar hart ook kiest voor de God van Israël. Bij andere geschiedenissen, zoals van Ruth, de schoondochter van Naomi, of Rachab, de prostitué in Jericho, staat dat nadrukkelijk wel vermeld. Dat zij gingen geloven in de God van Israël, uw God is mijn God. Ruth en Rachab staan ook met ere vermeld als gelovige vrouwen, zie Mat. 1 en Hebr. 11. Maar zo Jaël komen we nergens tegen in de Bijbel. Deze vrouw Jaël ontmoeten we alleen hier in Richt. 4 en 5, en er staat niet dat ze gelooft in de God van Israël.

Waarom Jaël Sisera dood, dat blijft in de Bijbel onduidelijk. Maar dat is nu juist precies het bijzondere. Want in deze twee hoofdstukken ontmoeten wij de Heere, die strijdt voor zijn volk. De Heere, die door Jezus Christus genadig is en de overwinning geeft. En dat doet de Heere in zijn soevereine macht. Als het ware uit het niets komt deze vrouw Jaël. De Heere schakelt haar in om de vijand Sisera neer te slaan en zijn Woord in vervulling te doen gaan.

Zo machtig is de Heere. Zo leidt de Heere en regeert Hij. Hij is niet afhankelijk van Israël. Hij is niet afhankelijk van 10.000 man soldaten. Hij is niet afhankelijk van de profetes Debora, of de legerleider Barak. Nee, de Heere heeft in zijn wijsheid en voorzienigheid uit het niets zo deze vrouw ingeschakeld om zijn plan tot uitvoer te brengen. Een vrouw die iets doet, wat totaal onverwachts is. Ongehoord in die tijd en situatie. Maar de Heere leidt het zo, want zijn Woord moet in vervulling gaan.

Zo treffend, zo tekenend. De HEERE geeft de overwinning, en niemand anders. Hij strijdt voor zijn volk. Hij is genadig.

En zo schreeuwt deze geschiedenis het uit: Israël, vertrouw dan ook op God. Gemeente, steun op de beloften van God. Want uw God is zo machtig, ze wijs, zo doortastend. Hij heeft de leiding. Hij regeert. Ook vandaag! Onze hulp is in de naam van de Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft! Hij geeft uitkomst. Hij geeft kracht. Hij volvoert zijn plan.

Het gaat hier in Richt 4 om de machtige daden van de Heere. Juist daarom wordt er ook een lied gemaakt over deze geschiedenis, Richt. 5. U moet dat bijzondere lied vandaag of in de komende week maar eens lezen. Het gaat over God, die de God-vijandige macht neerslaat en zijn volk de overwinning geeft. En daarom gaat het ten diepste over Jezus Christus, die overwonnen heeft door zelf de vloek van God te dragen. Door met die vloek neergeslagen te worden aan het kruishout. Te hangen tussen hemel en aarde. Hij heeft de grootste vijand overwonnen. Jezus Christus stond op uit de dood, Hij leeft en regeert. Die macht van Jezus Christus zien we hier al openbaar worden.

Als we zo naar deze geschiedenis kijken, gemeente. Wie is dan de overwinnaar in de strijd? Wie komt dan de eer toe? Gaat het hier om vrouwen, die sterker zijn dan de mannen? Gaat het hier om Debora, of Barak, of Sisera of Jaël? Nee. Het is heilige geschiedenis. Heilsgeschiedenis. Leest u maar Richt. 4:23. “Zo vernederde Gód op die dag Jabin.” God streed en overwon.

God strijd voor zijn volk. God en zijn volk staan tegenover de vijand. Tot driemaal toe wordt dat benadrukt, in verzen 23 en 24. Het hele hoofdstuk van Richteren 4 ging over Sisera en zijn leger. Maar hier gaat het met nadruk niet over Sisera, maar over Jabin, de koning van Kanaän. Drie keer staat het er: Jabin, de koning van Kanaän. Kanaän, de vijand van Gods volk, de vijand van God, die gaat ten onder. Maar Israël, het volk van God, dat wordt gered, uit genade.

God doet zijn volk overwinnen. Maar wie tegen zijn volk in opstand komt heeft het nakijken.

Dat gold toen in de tijd van Debora en Barak. Dat is vandaag nog precies zo. Leest u maar in Richt. 5:31, die profetische woorden. “Zo moeten al uw vijanden omkomen, HEERE. Maar laten zij die Hem liefhebben zijn als het opgaan van de zon in haar kracht.”

Let wel: al UW vijanden. Niet onze rivalen en tegenstanders, nee, Gods vijanden. Al de vijanden van Gód.

En dat gaat dus ook over uzelf, gemeente. De zonde in uw eigen leven. Die vijandschap tegen God, die ook in uw en jouw hart zomaar de kop kan opsteken. Die zonde in ons hart staat ook op tegen de Koning van alle koningen en de Heer van alle heren. Die zonde moet bestreden worden en weggedaan worden.

Maar is deze geschiedenis van Richt 4 dan niet te gewelddadig, gemeente? Kunnen we de geschiedenis van Richt. 4 en 5 nog wel lezen, vandaag in de 21 eeuw?

Nee, zeker niet. Laat ik tot slot twee dingen daarover zeggen. Allereerst, let u op de tijd van Debora: stelt u zich eens voor, gemeente, als Sisera niet verslagen was. Als het werkelijkheid zou worden, wat Debora de moeder van Sisera laat zeggen in Richt. 5:30. Dan zou Sisera de overwinning hebben gehaald en buit hebben gemaakt. Dan is geen enkele vrouw of man in Israël veilig. In zo’n oorlog gaat het om leven en dood.

Ja, meer nog, in zo’n oorlog gaat het om Gods naam, om het land van de belofte, om het volk van God en de komst van zijn Zoon Jezus Christus.

Maar hoe moet dat dan vandaag? Moeten we vandaag dan het zwaard pakken en aan de slag gaan? Nee, zeer zeker niet. Weet u wat u moet doen? Trouw zijn. U moet Gods woord pakken, dat is het zwaard dat God u geeft. En daarmee de zonde wegsnijden en bestrijden in uw eigen leven. Trouw zijn op de plek die God u geeft. Net zoals Debora, als profetes in Israël. Net zoals Barak, als legeraanvoerder in Israël in zijn tijd.

Want als u God liefheeft, broeders en zusters. Dan zal de Heilige Geest u leiden in de strijd van het geloof. Om te strijden tegen de zonde en tegen de ongehoorzaamheid. Niet als Israël, sommige stammen wel, anderen niet. Nee, samen als Gods volk en ieder persoonlijk: gehoorzaam doen, waartoe u geroepen bent. Of u nu man of vrouw bent. Gehuwd of ongehuwd. Van welke stam, of familie of achtergrond ook.

Dan ben je als het opgaan van de zon in haar kracht, zegt Richt. 5. Ja, dan mag je uiteindelijk in Jezus Christus overwinnen. Niet omdat je sterk bent of slim of gehoorzaam. Nee, maar omdat God genadig is. Omdat de Heere Jezus Christus zelf doorgaat met kracht. Dat deed Hij al vanaf de tijd van de Richteren en daarvoor. En dat zal Hij blijven doen, totdat Hij zal komen op de wolken. Als Overwinnaar, om zijn Rijk definitief te vestigen. Amen.

Published inPreek

Reacties zijn gesloten.