Sla over naar de inhoud

Preek Romeinen 6:4

Wat is de doop een mooi sacrament. Zo kernachtig mogen we daarin leren en gaan geloven de eenheid tussen Jezus Christus en de gelovigen. De eenheid van de dood en opstanding van Jezus Christus aan de ene kant, en de genade en het nieuwe leven van Gods kinderen aan de andere kant.

Liturgie
Gezang 20:1,2
Psalm 16:3,5 (na wet)
Psalm 21:2,3 (na Schriftlezing)
Gezang 21:1,2 (na preek)
Psalm 138:2

Schriftlezing Lucas 24:1-12; Rom. 6:1-14
Tekst Rom. 6:4

Preek Rom. 6:4
Door ds. C. Koster

De heerlijke opwekking van Jezus Christus en het effect daarvan voor de gelovigen
1. Gedoopt in zijn dood
2. Opgewekt tot een nieuw leven

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

Goedkope genade. Dat verwijt wordt aan Paulus gemaakt. Paulus zou prediken een goedkope genade. Want Paulus zegt: hoe meer zonden wij doen, hoe groter de genade van God is. Hoe hoger de stapel van onze schulden, des te groter de schuld-vergevende genade van God. Dat zou dus concreet betekenen, dat je niet hoeft te strijden tegen je zonden. Want ja, hoe meer ik zondig, hoe meer God kan vergeven.

Ook vandaag wordt dat wel schamper gezegd over de Heere God. Vergeven is zijn beroep. Dat wij zondigen is niet zo’n probleem, want God vergeeft toch graag…

Weet u hoe Paulus reageert op zulke vreemde gedachtenkronkels? Hij zegt helder en duidelijk: volstrekt niet! Paulus huivert bij deze manier van spreken. Nooit mag Gods genade voor ons een smoes zijn om te blijven zondigen. Nooit kan Gods vergeving een reden zijn om niet te strijden tegen het kwade. Wie zo praat, die heeft niets begrepen van Christus’ offer.

Kijk maar naar Christus’ dood, zegt Paulus. Weet u het dan niet? Bent u het vergeten? Hoe groot is het offer dat Jezus Christus heeft gebracht. Hoe diep was zijn lijden. Hoe pijnlijk waren de slagen, de spot, de smaad die Hij droeg. Hij is gestorven de meest smadelijke dood aan het kruishout.

Vergeven, dat doet God niet zomaar. Vergeven, dat is niet niks. Christus Jezus moest er zijn leven voor geven. Hij is op de meest smadelijke en gruwelijke manier behandeld. En uiteindelijk is Hij gestorven aan het kruishout. Jezus Christus is echt dood geweest! Zijn lijf was echt zonder leven. Hij gaf de geest. Ze hebben zijn lichaam van het kruishout af moeten halen. Levenloos.

Ze hebben het lichaam van hun dierbare Meester in doeken gewikkeld en begraven. Ze hebben Hem in het graf gelegd. En de grote steen voor de opening van het graf gerold. Zodat zijn lichaam daar lag. Koud, donker. De dood was voor Hem een realiteit. Ieder die met de dood is geconfronteerd, weet hoe definitief de dood is. Een gestorven lichaam kan niet horen, niet kijken, niet reageren. Levenloos. Nu, zo echt was ook de dood bij Jezus Christus. Hij sliep maar niet. Hij was niet in coma of bewusteloos. Nee, Hij was echt gestorven.

Daar wijst Paulus de gemeente op. En weet u wat Paulus daarbij zegt. Iets heel erg wonderlijks. Christus is gestorven en begraven. En wij zijn gestorven en begraven samen met Hem, zegt Paulus. De gelovigen zijn samen met Christus gestorven en begraven.

Hoezo dan? Hoe bedoelt Paulus dat?

Nu, dat legt Paulus uit aan de hand van de doop. Wat dat betekent: met Christus begraven door de doop in de dood, dat kan je zien als je kijkt naar de doop. U bent toch gedoopt, zegt Paulus! U kwam toch tot geloof in Jezus Christus? U bekeerde zich. En toen werd u gedoopt in de naam van Jezus Christus.

En wat betekent die doop? U ging kopje onder in het water. De doop van vroeger was anders dan nu, vandaag. Een baby krijgt vandaag water over zijn voorhoofd heen. Maar vroeger gingen mensen echt helemaal onder water. Kopje onder.

En die doop als onderdompeling in het water laat zien dat je met Christus bent verbonden. Dat je één met Hem bent geworden. Dat je als het ware bent ondergedompeld in Jezus Christus. Je hoort helemaal bij Hem. Dat je één bent met Christus, één met zijn dood en begrafenis.

Kijk maar aan dat doopwater. Je gaat helemaal kopje onder. Dat water omsluit je van alle kanten. Zoals u verdween onder water. Dat was net zoals het graf zijn mond heeft geopend voor Christus. Christus’ lichaam verdween in het graf. De steen ervoor, graf gesloten. Zo ook uw leven, dat verdween in het doopwater. Het water sloot zich boven uw hoofd. U bent gestorven en begraven met Christus. Door de doop bent u één met zijn dood en begrafenis.

Het doopsformulier zegt dat ook, onder verwijzing naar Rom. 6:4. Waarvan verzekert Jezus Christus ons door de doop? “dat Jezus Christus ons één maakt met Zichzelf in zijn dood en opstanding.”

En wat betekent dat dan? Wat voor effect heeft dat dan op mij? Nu, dat laat het Doopsformulier ook zien. “zodat wij van onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden.” Christus is gestorven aan het kruishout. Om de vloek te dragen, om de schuld te betalen. Zijn dood betekent dat volgens de wet alles is voldaan. Alles is volbracht.

Volgens de wet moeten wij zondaren sterven, omdat wij schuldig staan tegenover de Heere. Maar door Christus’ dood mogen de gelovigen vast en zeker weten: nee, ik hoef niet te sterven. Ik wordt niet vervloekt door Gods wet. Want Christus heeft die vloek gedragen. Hij is gestorven… en ik ben gestorven samen met Hem. De vloek van wet heeft op mijn geen invloed meer.

Natuurlijk zondig ik nog, elke dag, veel meer dan ik wil en weet. Maar in Christus ben ik bevrijd van de vloek en het oordeel. Door mijn verbondenheid met Jezus Christus ben ik kind van God.

Dat zegt Paulus eigenlijk ook in Rom. 6 vers 7. “Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.” Al onze zonden zijn betaald. Ze zijn weg. Verdwenen met Christus in de dood.

Wanneer gebeurt dat dan, dat ik sterf samen met Christus? Is dat al gebeurd op Golgotha? Is dat gebeurd toen ik gedoopt werd? Of moet dat nog gebeuren, als ik zal sterven of als Christus weerkomt? Wanneer ben ik samen met Christus gestorven en begraven?

Je bent met Christus gestorven en begraven als je gelooft. Op het moment dat je gaat geloven sterf je en wordt je begraven samen met Christus. Wat Hij eens volbracht heeft aan Golgotha, dat is van jou als je gelooft. Zijn schatten, zijn gerechtigheid, het wordt je alles geschonken. Dat is zo echt, zo realiteit, dat Paulus zegt: je bent samen met Hem gestorven en begraven.

Jezus Christus heeft de doop ingesteld vlak na zijn opstanding. Ga dan heen, onderwijs alle volken, hen dopend in de naam van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest. Met die doop, als teken en zegel van Gods belofte, onderstreept de Heere zijn beloften dubbel en dwars. Mijn beloften zijn echt waar! Voel maar, zie maar, tast maar.

Zo werkelijk als iemand kopje onder gegaan is in de doop. Zo werkelijk gaat de gelovige kopje onder met Christus, met Christus’ dood. De zonden zijn weg, verdwenen in het graf van Christus. En daar komen ze nooit meer vandaan. Onze zonden zijn vergeven, weggedaan voor Gods aangezicht.

En dan wijst Paulus meteen naar het grote wonder van de opstanding. Naar het wonder van Pasen. Dat is het tweede gedeelte van de preek.

Jezus Christus bleef niet in het graf liggen. Nee, Hij is opgestaan uit de doden. Hij liet een leeg graf achter zich. Hij werd in het graf gedragen. Maar Hij kon er zelf uitgaan. Zijn voetstappen staan daar. Hij is opgestaan.

Of, zoals Rom. 6:4 zegt, Hij is opgewekt. Dat betekent: God heeft Hem opgewekt. Dat woord opwekken is heel mooi. Dat woord betekent eigenlijk gewoon: wakker maken.

Jezus Christus was echt gestorven. Maar voor God was het in zekere zin alsof Jezus Christus sliep. God kon Hem zo weer tot leven wekken. De dood is ook binnen Gods bereik. De macht van God wordt niet begrensd door de dood. Nee, God reikt over dood en graf en brengt Jezus Christus weer tot leven.

Ja, meer nog. Jezus Christus heeft door zijn volbrachte verlossingswerk de dood overwonnen. Jezus Christus is voorbij de dood gekomen. Hij leeft weer en hoeft niet meer te sterven. De dood heeft geen macht meer over Hem.

Lazarus bijvoorbeeld, die werd door Jezus Christus tot leven gewekt. Maar Lazarus had de dood niet overwonnen, hij moest weer sterven. Toen Jezus Christus op stond hoefde Hij niet en nooit meer te sterven. Hij leeft en blijft leven.

Paulus zegt met volle nadruk, dat het zo bijzonder is wat God gedaan heeft. De heerlijkheid van God heeft dit gedaan. Het is het wonder van Pasen. Het grote, machtige wonder. Rom. 6:4: “Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen.”

In de HSV staat tot de heerlijkheid van de Vader, maar beter is door. Opgewekt door de heerlijkheid van de Vader. Zijn heerlijkheid, de glorierijke afstraling van zijn wezen. Die heerlijkheid heeft de Vader getoond, door dit machtswonder: zijn Zoon wekte Hij op uit de doden.

En dat betekent nog veel meer. Namelijk dat al het werk van Jezus Christus op aarde voldoende was. God als Rechter heeft het werk van Jezus Christus getoetst. En het als Rechtvaardig bevonden. Dat laat God zien met dat Hij zijn Zoon opwekt. Jezus Christus wordt publiek en openbaar bekend gemaakt als Hij die trouw was, tot in de dood. De opwekking van Jezus Christus betekent Gods amen op het werk Jezus Christus. God heeft zijn offer aanvaard als een offer dat volmaakt en goed was. De prijs die moest worden betaald, die is betaald.

En zo is Jezus Christus ook tot die heerlijkheid opgewekt. Alleen al het feit dat Hij opstond is een machtig wonder. En bij Jezus Christus gaat het vanaf dat moment van heerlijkheid tot heerlijkheid. Veertig dagen onderwijst Hij zijn discipelen op aarde. Dan vaart Hij op naar de hemel. Dan gaat Hij zitten aan Gods rechterhand. De meest eervolle, glorierijke plek. Mag Hij voor eeuwig tronen in de heerlijkheid van zijn Vader.

En van daaruit stort Hij zijn Geest uit. Regeert Hij over wereld en kerk. Vanaf deze eerst Paasdag, meer dan 2000 jaren geleden, is alles veranderd. Sindsdien is Gods Koninkrijk eens en voorgoed gevestigd in Jezus’ offer.

En dan opnieuw laat Paulus zien dat ook de opstanding van Jezus Christus alles met u en mij te maken. U en jij bent gedoopt in Jezus Christus. In zijn dood. In zijn opstanding. Dat betekent dat u op de meest bijzondere en hechte manier bent verbonden met de dood en opstanding van Jezus Christus.

Zijn overwinning is uw overwinning. Zijn opstanding is uw opstanding. Zijn verdienste is uw verdienste. Dat laat de doop zien. Gedoopt in Christus Jezus. Alles wat Hij heeft verdiend, dat is van u, uit genade.

Is dat alles van u, gemeente? Is dat alles van jullie, jongens en meisjes? Kan je dat nu al zo vrijmoedig zeggen?

Dat is zo bijzonder. Het is niet de vraag of we dit zo mogen zeggen. Nee, de Heere zegt het tegen u. Dat lezen we immers hier, in Rom. 6:4. Dat zegt Paulus tegen de gemeente. U bent in Christus Jezus gedoopt. Verbonden met zijn dood en opstanding.

Maar het is geen automatisme. Het komt er namelijk op aan dat u gelooft. Dat wat afgebeeld en onderwezen wordt in de doop, dat moet u met waar geloof aanvaarden. Dat geldt voor u allen, jong en oud. U die gedoopt bent en geloofsbelijdenis hebt gedaan. En ook een baby, die nog niet kan praten. En voor iedereen daar tussen in. Het komt aan op het gelovig aanvaarden wat God aan u en jou geeft en belooft. Gelovig amen zeggen op Gods beloften.

Zodat die doop niet alleen een afbeelding is van het sterven en opstaan met Christus. Maar dat de effect van zijn dood en opstanding ook werkelijkheid mag worden in uw leven. Dat uw zonden vergeven zijn. Dat u zijn genade mag ontvangen. Dat is het geloof, dat zegt: ja, ik geloof uw beloften. Ik geloof de doopbeloften: ik ben inderdaad door Christus één gemaakt met zijn sterven en opstanding. Als u dat gelooft, gemeente, dan heeft u het. Als je dat gelooft… dan is het waar en werkelijkheid, voor u, voor jou.

Maar als je het niet gelooft, dan is Gods belofte nog wel geldig. God wil je dan zeker één maken met Christus. Maar dan wordt die belofte niet in je leven vervuld. Dan ontvang je geen vergeving van je zonden. Want je gelooft niet. Je bent niet één met Jezus Christus.

Zo geldt dat ook voor een baby en kleine kinderen. Als kind van gelovige ouders zegt Jezus Christus nu al tegen jullie: ik maak je één met mijn sterven en opstanding. Goede Vrijdag en Pasen, zoals Jezus Christus dat meegemaakt en volbracht heeft. Ik beloof je dat die heilsfeiten ook hun volle uitwerking mogen hebben in jouw leven. Machtige beloften van Jezus Christus, Gods eigen Zoon. En dat mogen jullie leren verstaan. Leren geloven. Leren aanvaarden en daaruit leven, omdat God jullie heeft opgenomen in het verbond.

En met zulke machtige beloften op zak. Met zulke grote heilsfeiten, die gebeurd zijn. Dan is zonde, dat oude leven zonder Jezus Christus, dan is dat toch ook verleden tijd? Dan is goedkope genade toch waanzin. Wij gaan toch niet zondigen, om zo Gods genade nog meer in het licht te stellen. Nee, zonde past dan niet meer bij ons. Zonden stoten je tegen de borst. Je bent nieuw, je bent schoon, je bent gedoopt. Je bent het eigendom geworden van Jezus Christus. Dan wil je niets anders dan vechten tegen de zonde. En natuurlijk doe je dan zonden, wij struikelen dagelijks en veel opzichten. Maar je hebt er spijt van. Je wilt het niet.

En gemeente, als we ons tekstvers goed lezen, dan zegt Paulus nog eigenlijk net iets anders. Hij zegt niet: u kunt het niet maken om te zondigen. Hij zegt niet: God heeft zoveel gegeven, nu moet u van uw kant ook iets teruggeven. Nee, Paulus zegt wat anders.

Hij laat zien dat Jezus Christus is opgewekt door de heerlijkheid van de Vader. “Evenals Jezus Christus is opgewekt, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen.” Dat God de Vader Jezus Christus heeft opgewekt. Zijn Goddelijke kracht aan Jezus Christus getoond, door Hem te doen opstaan. Zo wil God de Vader zijn heerlijkheid ook aan ons geven en tonen.

Wie gelooft, die mag dat heerlijk licht van God over zijn leven ontvangen. Die mag Gods heerlijke kracht en nabijheid ontvangen. Zodat je door Gods kracht in je gaat opmerken dat zonden je niet lekker zitten. Het past niet meer bij je. Omdat God je vernieuwt en heiligt en uiteindelijk verheerlijken wil. Die heerlijkheid van God, dat is door Gods kracht het nieuwe levensdoel geworden!

Zo staat dat ook in het gebed van het Doopsformulier. “Laat het door de doop in Christus’ dood begraven worden en ook met Hem opstaan in een nieuw leven.” Dat is een gebed! De Heere moet dat geven. Hij moet en wil en kan ons vernieuwen.

Die doodsmacht die ons in zonde gevangen houdt. Jezus Christus heeft het verbroken, door zijn dood en opstanding. Daarom kan en wil Hij ook ons verlossen uit de banden van de zonde en dood. En vernieuwt Hij ons, opdat wij in een nieuw leven zouden wandelen.

Dat is het heerlijke licht van Pasen, wat nu al voelbaar en merkbaar mag zijn. Je ervaart dat ruzie en dronkenschap en onrecht en verkeerde lusten, dat dat niet goed is. Dat je dat niet meer wilt. Dat je er spijt van hebt. En dat je verlangt naar het nieuwe leven, om Jezus Christus te volgen.

Maar misschien denk je dan: ja, maar dat merk ik helemaal niet. ’t Is best fijn om eens flink uit de band te springen. Nou, dat is dan niet iets om trots op te zijn. Maar het betekent niet dat je de hoop moet opgeven, alsof het dan onmogelijk zou zijn om christen te zijn. Nee, juist niet. Je bent toch gedoopt? God belooft ook met zijn heerlijke krachten in u en jou te werken! Daar mag je om vragen: leer mij de zonde te haten. Leer mij om te zien wat verkeerd is. En geef dat ik er een afkeer van mag krijgen. Steeds meer. Leer mij en help mij om de goede strijd te strijden.

Bij God is het nooit te laat. Niet voor jongeren of volwassenen. Ook niet voor hen die wel gedoopt zijn, maar eigen wegen zijn gaan bewandelen. Er is altijd een weg terug. Ouders, u moet niet stoppen met bidden voor uw kind, als het afgedwaald is. De Heere is toch bij machte om Jezus Christus uit de doden op te wekken! Zo vallen ook harde harten en eigen zondige wegen niet buiten zijn bereik. Hij kan geven dat er toch inkeer mag zijn.

Maar laat vooral dat heerlijke licht van Christus’ opstanding schijnen in uw eigen leven. Doordat u zelf Gods beloften aanvaardt. En leeft met een open Bijbel. En luistert naar die Bijbel.

Want u hoort bij Christus. Jij hoort bij Christus. De doop laat het ons zo duidelijk zien. Ondergedompeld in Jezus Christus. Eén met Hem in zijn dood en opstanding. Dat belooft Hij. Dat wil Hij u en jou geven.

Kijk maar naar zijn werk. Het offer, de schande, zijn dood. Hij heeft het alles volbracht. Om uw leven te verlichten met dat heerlijke licht van zijn opstanding. Geloof daarom in uw opgestane Heiland. Dan bent ook u met Hem gestorven en begraven. En mag u met Hem opstaan in een nieuw leven. Amen.

Published inPreek

Reacties zijn gesloten.