Sla over naar de inhoud

Preek Psalm 91:11-12

Je ziet ze niet. Je hoort ze niet. En toch zijn ze er. Engelen! Het zijn bijzondere wezens. Een beetje mysterieus ook. Als dienstknechten van God zijn ze druk in de weer, elke dag. Zij beschermen het volk van de Heere. Een preek over deze engelen van God, waardoor God zijn volk bewaart.

Liturgie
Psalm 18:9
Psalm 119:66 (na wet)
Psalm 34:3,4 (na Schriftlezing)
Psalm 91:5,6 (na preek)
Psalm 144:6 (na geloofsbelijdenis)
Gezang 40:1

Schriftlezing Psalm 91
Tekst Psalm 91:11-12

Preek Psalm 91:11-12
Door ds. C. Koster

God bewaart zijn volk
1. Op Gods bevel
2. Door engelendienst
3. Op al uw wegen

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

Wat opvallend is in deze tekstverzen, dat zijn die engelen van God. Engelen hebben altijd iets mysterieus. Je ziet ze niet, je hoort ze niet. En toch zijn ze er en helpen ze.

Maar het is belangrijk om op te merken dat de engelen niet de hoofdpersoon zijn in deze verzen. Het draait hier niet om die engelen. Ook al doen die engelen nog zo veel, zij zijn niet het belangrijkste in dit tekstvers. Wie staat centraal hier? God zelf staat in deze verzen centraal.

Er staat niet: de engelen zullen u bewaren. Nee, de HEERE zal zijn bevel voor u geven, dat zij u bewaren! Zo staat het in vers 11: “Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven dat zij u bewaren op al uw wegen.” Het accent ligt op Hij. Hij zal het doen! De HEERE geeft zijn bevel. De HEERE zorgt, de HEERE bewaart en beschermt!

De zorg van God over uw leven. De zorg van God over u, gemeente, dat is niet iets onbelangrijks, wat God overgedragen heeft naar één of ander hemels departement. Zodat God wel het besluit neemt, maar dat Hij de rest in de handen van engelen heeft gelegd. Nee, de HEERE zelf zorgt. Hij geeft bevel. De Heere is daar hoogstpersoonlijk bij betrokken! Steeds weer, iedere dag. Hij beveelt, Hij zendt, Hij zorgt. Elke dag is Hij alert. Hij waakt over zijn volk om het te beschermen!

En dat woord ‘bevel’ is daarom ook zo’n mooi woord. Want de Heere spreekt maar slechts niet een wens uit. Nee, de zorg van God voor zijn kinderen gaat Hem aan het hart. Hij beveelt. Hij eist. Hij zendt zijn bevelen uit. Dat moet gebeuren, Gods volk moet bewaard worden! Zo noodzakelijk en belangrijk vindt Hij deze bewaring.

Een bevel van hogerhand. In Nederland kennen we dat ook wel, als een minister rechtstreeks bij een bepaalde zaak betrokken is, dan blijkt daar wel uit hoe belangrijk het is. Of als een generaal van het leger rechtstreeks toestemming geeft voor een specifieke taak, dan is dat een zaak van hoge prioriteit, en grote belangen. Zo is het ook hier. De koning van alle koningen geeft zelf zijn bevel: zorg voor mijn kinderen!

Waarom neemt God deze zorg dan zo hoog op? Waarom bemoeit de Heere zich met kleine mensen, zoals u en ik.

De HEERE beschermt zijn kinderen, omdat Hij genadig is. Uw God, gemeente, is een barmhartige God. Hij wil omzien naar zijn volk. Niet omdat het zo’n goed, gelovig, trouw volk is. Niet omdat jullie je zo goed christelijk gedragen. Nee, jullie, u, jij en ik, we zijn allen afhankelijk van Gods genade. Wie we ook zijn, wat we ook doen. De HEERE neemt redenen uit zichzelf, waarom Hij zich ontfermt en waarom Hij beschermt. De HEERE is genadig. En daarom geeft Hij deze belofte. Wie schuilt bij Mij, die zal Ik beschermen. Om niet.

En dan weet u het meteen, gemeente. Dat doet de HEERE alleen door Jezus Christus. Het evangelie van vrije genade, dat wordt geschonken, op grond van Christus’ offer.

U en jij wordt beschermt. Omdat Christus onbeschermd hing aan het kruishout. Omdat de engelen op dat moment zich terugtrokken. Ja, omdat God zelf zich terugtrok. Toen Jezus Christus hing aan het kruishout. En Gods oordeel en toorn op Hem ten volle losbarstte.

Omdat God later zijn Zoon Jezus Christus zou zenden, kan de HEERE hier al in Psalm 91 zeggen: Ik bewaar mijn volk. En zegt Hij het vandaag eens te meer, nu Christus’ offer is gebracht. Ik geef bevel aan mijn engelen. Ze zullen je beschermen. Ze zullen je omgeven. Zo waar Ik jullie Vader ben en jullie mijn volk zijn.

En let u dan opnieuw op dat kleine woordje, gemeente. Kleine woordjes in de Bijbel geven vaak zo’n bijzonder inkijkje in de grote van Gods genade. Die engelen, dat is maar niet een huurleger, dat ingevlogen wordt voor deze taak. Nee, het zijn Gods engelen. Zijn engelen, staat er, vers 11.

Gods eigen legermacht. De HEERE is de HEERE Zebaot. De God van de legermachten. Duizenden engelen staan Hem tot beschikking. Hij spreekt, en ze gaan uit. En de HEERE heeft aan die engelenmacht bevel gegeven om voor Gods volk te zorgen. Niet maar één engel. En ook niet één engel voor iedere gelovige, zoals sommigen wel fantaseren. Nee, Gods hele legermacht krijgt opdracht om te bewaren. Engelen staat er, meervoud.

Eén engel is al zo veel. Een engel is zo’n machtig wezen. Maar nu is het zo overweldigend. De HEERE geeft zijn hele leger aan engelen deze bijzondere opdracht. Wat een genade!

En dan staat er bij, op al uw wegen. Die wegen die jullie straks gaan, die zijn dus bij God bekend! Tot elke voetstap toe. Zodat uw voet zich niet zal stoten aan een steen…!

Dat is voor u, gemeente. Dat is voor jullie, jongeren. Je kan met vol vertrouwen deze nieuwe week ingaan. God ziet en zorgt en bewaart.

Hoe doet de HEERE dat dan? Hoe geeft de HEERE deze uitzonderlijke zorg? Dat zien we in het tweede gedeelte. Daarvoor schakelt Hij zijn engelen in.

We zien dus dat de HEERE zelf zorgt en beschermt. En Hij doet dat via zijn engelen. Waarom gebruikt de HEERE engelen, om deze zorg uit te voeren? Kan de HEERE dat dan niet zelf, rechtstreeks, zonder de tussenkomst van engelen?

Nu, juist in die engelen mogen we iets bijzonders opmerken. Laten we kort eens overdenken wat engelen precies zijn. Want dan komen we onder de indruk dat juist zij ons ten dienste staan.

Engelen zijn bijzonder snel en krachtig. Psalm 103:20 zegt dat engelen sterke helden zijn, die Gods woord uitvoeren, gehoorzaam aan het woord dat God spreekt. En uit Hebr. 1:14 weten we dat engelen dienende geesten zijn, die uitgezonden worden ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven.

De Heere Jezus houdt engelen ons ten voorbeeld als we denken aan hun ijver, hun snelheid, hun gehoorzaamheid. “Uw wil geschiedde, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.” Geef dat wij uw wil doen, even gewillig en trouw als de engelen in de hemel, zegt de Heidelbergse Catechismus.

Een engel is zo sterk. Denkt u aan die verschrikkelijke nacht in het Assyrische leger. Eén engel heeft toen in één nacht 185.000 Assyrische soldaten gedood, 2 Kon. 19:35.

Of aan Elisa, die zich veilig wist toen een leger van de koning van Syrië op hem afkwam in Dothan (2 Kon. 6). Want God was met zijn engelen een beschermende muur om hen heen.

Deze engelen zijn zo heilig, dat ze tot dicht bij de troon van God zelf mogen komen. Om Hem te verheerlijken, te bezingen. En zijn bevel te horen, om die te doen.

Nu, juist deze engelen worden ingezet voor deze enorm belangrijke taak, om Gods volk te bewaren. Juist deze hoge, krachtige, bijzondere wezens staan als Gods knechten ons ten dienste. Om u en jou en mij te helpen en te beschermen. Uitgezonden op Gods bevel. En zelfs uw voetzolen is niet te min voor hen, kijk maar naar vers 12: “Zij zullen u op de handen dragen, zodat u uw voet aan geen steen stoot.”

Deze hoge knechten van de Allerhoogste God, zijn bereid om op zo’n nederige wijze Gods volk te beschermen. Omdat God het beveelt. Omdat God zó goed voor zijn kinderen zorgt.

Zelfs niet aan een steen stoten, staat er. Je zou denken, wat maakt zo’n steen nu uit? Maar de wegen toen in Israël waren niet de wegen, zoals we die nu kennen. Het waren smallere wegen van zand en keien. En ze waren vaak bezaaid met stenen of andere dingen waar je over kon struikelen. En de dieren die in vers 13 worden genoemd, die kon je tegenkomen op je pad. Leeuw, adder of slang. Er waren dus tal van gevaren onderweg. En als je dan je voet stoot en je komt te struikelen, dan kan je je ernstig verwonden. En we weten het ook vandaag wel: hoe kan een eenvoudige val zomaar betekenen dat je weken in het ziekenhuis moet verblijven. Mensen die hun heup hebben gebroken of op andere manier zoiets hebben meegemaakt, die weten hoeveel impact een kleine struikeling kan hebben. Het is daarom zo bijzonder, dat de Heere zijn volk ook voor kleine struikelingen beschermen wil. Of als het hen overkomt, dat Hij het dan toch wil doen meewerken ten goede. De zorg van de HEERE is er voor zijn volk, tot in de kleinste details van het leven.

En als de Heere deze zorg al geeft voor jullie en uw lichamelijke gezondheid. Hoeveel meer zal de Heere dan ook zorgen voor uw geestelijk welzijn. Als een beschermende muur staat de HEERE om zijn volk. Een leger van engelen staat ter beschikking. God bewaart zijn volk op een uitmuntende manier!

Ja, wat bent u dan veilig, gemeente. En tegelijk, wat zien we dan onze kwetsbaarheid. De ingrijpende gevolgen van de zondeval. Hoe klein en afhankelijk we zijn. Dat u zo’n sterke legermacht nodig hebt, om inderdaad beschermd te worden. Hoe ellendig en zwak en afhankelijk zijn we geworden!

Maar God wil dat geven. God wil u beschermen. En u weet wel, gemeente, wat het woord ‘engel’ betekent. Boodschapper. Engelen zijn boodschappers van de HEERE. En met hun bescherming en inzet geven ze één hele duidelijke boodschap af. Hoeveel God om zijn volk geeft. Hoe dicht God zijn volk op zijn hart draagt. In de engelen mag u Gods liefdevolle zorg zien.

Vanuit dat vertrouwen mag u leven. Bij alle dingen in het leven. Bij grote stappen en bij kleine stappen. De Heere is er bij. Hij zorgt. Zijn krachtige engelen heeft Hij bevel gegeven. Zij zullen bewaren en bewaken. In vertrouwen mag u, mogen jullie verder gaan.

Maar, gemeente, is deze belofte van de Heere dan zonder grens. Ga maar heen, God gaat met je mee? Wat je ook doet, het maakt allemaal niet uit? Nee, zo is het zeker niet. Daarover tot slot in het derde gedeelte van de preek.

Want deze bijzondere belofte van de HEERE kent wel zijn grenzen. Niet een grens in tijd of ruimte, alsof de HEERE soms even zou slapen en niet opletten. Of alsof de Heere soms niet alles zou zien, en dat er gedeeltes voor Hem verborgen zijn. Nee, de HEERE ziet alles en is altijd waakzaam. De grens zit hem in die woorden ‘op al uw wegen’.

De HEERE bewaart zijn volk, dat is de belofte. Maar die belofte gaat wel gepaard met een eis. Namelijk om te wandelen op de wegen van de HEERE. Om inderdaad dat te doen, waar de Psalm over spreekt. Vers 1: in de schuilplaats van God zitten. Om op God te vertrouwen. Om de HEERE lief te hebben, vers 14. Hem aan te roepen. Dat vraagt de Heere van u en jou. Je moet niet zomaar doen wat je zelf goed vindt. Nee, je moet met God wandelen. Op zijn wegen. Dán belooft Hij: Ik ga met je mee. Ik bescherm je. Ik ben er zelf bij. En als er onheil en aanval dreigt, Ik geef meteen mijn bevel.

Kijk, en dan is het zo opvallend dat de satan deze woorden van ons tekstvers citeert. Als de Heere Jezus in de woestijn is geleid door de Heilige Geest, om verzocht te worden door de satan. Dan verwijst de satan precies naar deze woorden, onze tekstverzen uit Psalm 91. En dan zegt de satan tegen Jezus Christus: werp u zelf van het tempeldak naar beneden. Want God zal zijn engelen zenden, zodat u uw voet niet aan een steen stoot. Doe maar wat u wilt, want God beschermt u wel…

Maar welke woorden slaat de duivel over, in zijn listigheid?? Juist deze woorden: op al uw wegen! Dat is veelzeggend.

Want als de Heere Jezus zich inderdaad van dat tempeldak naar beneden zou laten storten. Dan zou Hij zichzelf moedwillig in gevaar hebben gebracht. Dan zou Hij God verzoeken, zegt Jezus Christus in antwoord op de duivel. En dat is het: Jezus Christus moet wel gaan op Gods wegen. Dat is Gods eis. Gehoorzaam dat doen, wat God van je vraagt. En gaande op die wegen van God belooft de Heere zijn bescherming.

En dat weet Jezus Christus ook. Dat zien we vervuld in zijn leven. Want de Heere Jezus werpt zich niet van het tempeldak. Maar zó vaak is Hij wél in levensgevaar geweest! Vooral in de laatste periode van zijn leven op aarde. Als de Joden Hem zoeken om te doden. Maar toch laat de Heere Jezus zich niet verleiden om te zwijgen. Hij gaat naar het Loofhuttenfeest. Hij spreekt luidkeels en publiek.

Of denkt u aan het schip op het meer, dat in storm komt. De Heere beschermt zijn Zoon: Jezus spreekt en de storm gaat liggen. En zo zijn er nog vele andere momenten, waarop te zien is: de Heere beschermt. Maar dan wel als Jezus Christus op de wegen van zijn Vader gaat. Van die wegen mag Hij niet van afwijken. Jezus Christus moet gehoorzaam de wil doen van zijn Vader in de hemel.

En zo geldt dat ook voor u, voor jou. Ga achter Jezus Christus gaan. Blijf Hem gelovig en uit liefde volgen. Dan zegt Hij het zelf: Ik zal je bewaren. Op ál je wegen.

En opnieuw: dat is geen verdienste. Nee, het is alleen doordat Jezus Christus gehoorzaam was. De Heere Jezus had zijn Vader kunnen bidden, daar in de hof van Gethsémané, en Hij zou meer dan twaalf legioenen engelen hebben ontvangen! Maar Jezus Christus vroeg er niet om. Want Hij moest en wilde lijden en sterven voor zijn volk. Zo groot is zijn liefde voor Gods volk.

Daarom, als je schuilt bij God. Of, zoals we dat vandaag kunnen zeggen: als je bij Jezus Christus hoort. Dan ben je veilig. Geborgen in zijn liefde.

Wie zal je kunnen scheiden van de liefde van God? Verdrukking of benauwdheid of vervolging of honger of naaktheid of gevaar of zwaard?

Nee, noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen. Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel zal je kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus onze Heere. Amen.

Published inPreek

Reacties zijn gesloten.