Sla over naar de inhoud

Preek Hebreeën 12:1

Geloven is rennen. Zweten. Inspannen. Dat is wat de Heere ons laat zien in Hebr. 12:1. De eerste preek van een serie over Hebreeën twaalf, waarin de Heere ons bemoedigd om vol te houden op de renbaan van het geloof.

Liturgie
Psalm 128:1
Psalm 25:2,3 (na wet)
Psalm 18:5,9 (na Schriftlezing)
Gezang 32:5 (na preek)
Psalm 138:1 (na geloofsbelijdenis)
Psalm 86:4

Schriftlezing Hebr. 10:36-11:7, 12:1-3
Tekst Hebr. 12:1

Preek Hebr. 12:1
Door ds. C. Koster

Een apostolische aanmoediging aan de lopers om vol te houden op de renbaan van het geloof
1. Toeschouwers
2. Obstakels
3. Rennen

Geliefde gemeente van de Heere Jezus Christus,
broeders en zusters, jongens en meisjes,

Kent u het Kiki-Bertens-effect?. Kiki Bertens is een goede tennisvrouw. Zij heeft belangrijke wedstrijden gespeeld. En naar aanleiding van haar prestaties op het tennisveld is er een effect zichtbaar. Opeens zijn er veel meer aanmeldingen dan normaal van meisjes die willen gaan tennissen. Zoiets kan je ook zien bij het vrouwen voetbal. Omdat het vrouwenelftal heeft gespeeld in het wereldkampioenschap en tweede is geworden staat het vrouwenvoetbal opeens veel meer in de spotlights. Er is veel meer belangstelling voor dan voorheen. Zo’n voorbeeld, van voetbal of tennis spreekt mensen blijkbaar aan. Ik wil ook gaan voetballen, ik wil ook gaan tennissen. Als zij op zo’n hoog niveau kunnen sporten, dan kan ik het misschien ook wel. Het voorbeeld wat zij geven stimuleert mensen om zelf ook extra hun best te gaan doen. Het is een inspirerend voorbeeld.

In Hebr. 12:1 gaat het ook over sport. Als gelovige zit u eigenlijk op de renbaan. En dan gaat het niet om een korte sprint, een korte afstand. Nee, het gaat om een marathon, een lange afstand. En u rent op die renbaan, zegt de schrijver. Maar velen zijn u voorgegaan op die renbaan. Dat zijn de helden van vroeger. Zo zegt vers 1 dat: “Wij worden door zo’n menigte van getuigen omringd.”

Wie zijn dat, die menigte van getuigen? Dat zijn de atleten van het geloof van vroeger. De gelovigen, die ons zijn voorgegaan. In Hebreeën 11 worden heel veel van die gelovigen opgesomd. Geloofsgetuigen, die ons omringen. Nou ziet u het voor u zich broeders en zusters ? Een stadion, allemaal stoelen, daar zie je ze zitten. Noach zit daar ook, zei Hebreeën 11. En Abraham en zijn zoon Izak en Jakob.  En Jozef die zit daar ook, die zitten daar! En Rachab, stuk voor stuk mensen die ons voor zijn gegaan. En ook de Richteren worden genoemd, Gideon, Simson, en de Koningen, David, Salomo en profeten. Maar  ook mensen waar we de naam niet van weten. Die vanwege de naam van Christus zijn vervolgt, gedood, gemarteld. En zo mogen we dat ook wel zeggen, geliefden die ons zijn voor gegaan. Mensen die van de HEERE hielden en zo leefden en ook zo zijn gestorven, onze geliefden, opa’s en oma’s. Ze zijn ons voorgegaan.

Hoezo omringen zij ons dan? Nou, dat is eigenlijk als een soort hall of fame. Kent u dat? Zo’n hal, of kamer of ruimte, met allemaal foto’s van bekende mensen. Als je die foto’s ziet, dan denk je aan hun levensverhalen, wat ze hebben doorstaan, wat ze hebben meegemaakt. Hebreeën 11 is eigenlijk zo’n hall of fame, zo’n ruimte met de gelovigen van vroeger.

En die mensen, die voorgangers, die worden getuigen genoemd in vers 1. Dat woord getuigen, daar zit een betekenis in, die getuigen die hebben ons iets zeggen. Wat hebben die ons dan te zeggen? In hun leven en in hun geloof kan je de kracht van God zien. Een getuigenis van de kracht van God en van Gods belofte, waardoor zij het in hun leven op hun plek konden volhouden. Bijvoorbeeld Noach, Noach die nog helemaal niks van de grote regen, water en storm zag. En toch omdat de HEERE het tegen hem zei, heeft hij die grote boot gemaakt die Ark. En uiteindelijk in dat vertrouwen en in dat geloof is hij behouden geworden, hij en zijn gezin. De kracht van God in het leven van Noach zichtbaar.

En ook Jozef, wat heeft hij niet meegemaakt in zijn leven? Verkocht door zijn broers, onterecht in de gevangenis door Potifar zijn vrouw beschuldigd, En toch hield hij het vol, toch bleef hij trouw en vertrouwen op God. Je ziet in zijn leven, Gods kracht en Gods belofte. Het is een getuigenis voor ons die hun levensgeschiedenis kennen. We zien hun foto, ze zijn ons voor gegaan. De kracht van God wordt in hun leven openbaar.

En Rachab nog zo iemand, leefde in een heidense omgeving als prostituee in Jericho, en door Gods kracht werd zij gered , gegrepen, en mocht zij opgenomen worden in het volk van God, zelfs voorgeslacht van de Heere Jezus, uiteindelijk. Allemaal mensen die ons zijn voorgegaan, geloofsgetuigen.

En het is maar niet één getuige, zegt vers 1 met nadruk. Nee, het is een menigte van getuigen. En dat woord menigte is een mooi woord. In het Grieks staat er een woord dat eigenlijk wolk betekent. In de Herziene Statenvertaling ziet u dat ook onderaan de pagina staan. Een wolk van getuigen. Zo zingen we dat ook in Gezang 32, wat we straks zullen zingen. Een wolk van getuigen. Het is een heel mooi woord, want als wij nu vandaag aan de hemel een wolk zien, dan is zo’n wolk een eenheid. Het is één wolk, je ziet hem zo in de lucht aan je voorbij gaan. Maar als je naar die wolk toegaat, van dichterbij bekijkt in een vliegtuig ofzo, dan zie je dat het niet maar één wolk is. Maar dat die wolk eigenlijk bestaat uit allemaal verschillende kleine waterdruppels. Allemaal waterdruppels die samen die ene wolk vormen. Zo is het eigenlijk ook bij die geloofsgetuigen. Die zijn een eenheid in hun getuigenis, in de kracht van God en zijn belofte, die zij laten zien in hun leven. En tegelijk zijn het allemaal verschillende mensen, met verschillende karakters, met verschillende levensverhalen. Ieder op hun plek, zo divers. Eén in de getuigenis van Gods kracht. Zo mochten ze strijden, zo mochten ze overwinnen. Zo zijn ze nu, door Gods genade, bij God in de hemel, zij hebben de finish mogen behalen.

En, wat zegt deze wolk van getuigen ons dan vandaag? Nou, broeders en zusters, als je eraan twijfelt of jij zelf wel die eindstreep zal behalen. Als je soms onzeker bent, om dat je niet weet of je het wel kan volhouden op die renbaan van het geloof, die de Heere je wijst. Dan mag je op al die geloofsgetuigen zien. Dan kijk je goed rond in die hall of fame. Leest u Hebreeën 11 er maar op na. Hoe Gods kracht in hun leven zichtbaar werd en hoe die mensen, ieder op hun plek, soms voor onmogelijke opgaven stonden. En toch laat Hebreeën dan zien dat ze het hebben volgehouden. De HEERE hielp hen er doorheen, dag bij dag mochten zij trouw blijven. Getuigen van Gods kracht, niet alleen vroeger, ook vandaag. Hetzelfde geloof, dezelfde God, dezelfde belofte.

Maar waarom noemt de Hebreeën schrijver dit? De Hebreeën schrijver, die geeft die bemoedigende boodschap door van die geloofsgetuigen. Want de schrijver wil ons vier aansporingen geven. Vier aansporingen die hij mee wil geven aan de Hebreeën van toen en ook aan ons vandaag, aan u, jou, en mij. In vers 1 staan de eerste twee van die aansporingen, daar staan we vandaag bij stil. En die andere twee aansporingen staan in vers 2 en vers 3, daar zullen wij volgende week bij stil staan. En de eerste aansporing die de Hebreeën schrijver dan geeft, is dat wij alle last en de zonde moeten afleggen. Dat is het tweede gedeelte van de preek, over de obstakels.


Tweede gedeelte

We worden omringd door zo’n menigte, zo’n wolk van getuigen. Nou, zegt de Heere, laten wij dan ook afleggen alle last en de zonde die ons zo gemakkelijk verstrikt. Afleggen alle last en zonde, staat er. Het is goed om meteen te zien dat het twee dingen zijn. Alle last en de zonde. Laten we eerst op dat tweede letten: het afleggen van de zonde.

Waarom moeten we deze obstakels uit de weg gaan? Wat is het gevaar van de zonde? Nou, zegt de Heere. Die zonden kunnen je vertragen in de wedloop die je rent. Ze vertragen je op de renbaan waar je op staat. Ze verhinderen je. En zelfs uiteindelijk kunnen die zonden je ook blokkeren, zodat je de eindstreep niet behaald. Dat is een gevaar. Een reëel gevaar, ook voor de Hebreeën. Ze hebben een goede, flitsende start gemaakt. Hup, daar gingen ze van de startblokken. Maar, zegt de schrijver, u dreigt te verslappen! U dreigt te vertragen.

Dat zegt hij eigenlijk steeds in zijn brief: laten we er dan beducht voor zijn dat iemand van u ooit schijnt achter te blijven. Raak niet achterop! Vertraag niet! Of hoofdstuk 4:11: laten we ons beijveren om die rust binnen te gaan, opdat niemand door het volgen van dit voorbeeld van ongehoorzaamheid ten val zal komen. Ten val! Zodat je de finish dus niet haalt. Pas op, volg het voorbeeld van ongehoorzaamheid niet. En hoofdstuk 6:11-12: Maar wij verlangen ernaar, zegt hij daar, dat ieder van u dezelfde inzet toont, tot het einde toe, opdat u niet traag wordt, maar navolgers bent van hen die door geloof en geduld de krans beërven. Gevaar om te vertragen. En uiteindelijk ten val te komen, de finish niet te halen.

Dat is een echt, reëel gevaar. Niet alleen voor de Hebreeën, maar ook voor ons vandaag. Dat je een flitsende start hebt. Enthousiast bent en vol inzet. In je geloof, in je omgeving, in de kerk, noem maar op. Maar dat je toch na verloop van tijd merkt dat je geloof afzwakt. Dat je indut. En dat je het gevaar loopt dat je dus de eindstreep niet behaalt. Dat je blokkeert. Met alle gevolgen van dien. Dat kan zomaar gebeuren.

De schrijver wijst dan met grote nadruk op twee verschillende manieren er op dat je groot gevaar loopt. Ten eerste zegt de schrijver niet: voorkom dat u zonde op u laat. Nee, hij zegt: leg het af alle last en de zonde. Leg het af. Dus eigenlijk gaat hij er bij voorbaat al vanuit dat je die last op je krijgt. Hij houdt dus rekening met ons zondige hart. Dat ieder met zonden gemoeid is. Dat ieder zomaar zonden op zich kan laten die je kunnen verhinderen en blokkeren. Maar leg het af, wees daar scherp op, hou je ogen open.

En ten tweede zegt hij over die zonde, dat die zonde ons zo gemakkelijk verstrikt. En in het Grieks heeft dat woord de betekenis van: je hebt het niet door dat die zonde aan je vast gaat zitten. Die zonde zit je als gegoten. In perfecte pasvorm. Het past precies bij je, bij je zondige hart, bij je oude mens. Daar past het precies bij. Zonde die ons zo gemakkelijk verstrikt. Kijk, een atleet op de renbaan, die zal het natuurlijk doorhebben als er een blok beton aan zijn been zit. Dat zal hem niet overkomen, als er zo’n zwaar blok steen aan zijn been zit, natuurlijk niet. Maar voor deze zonde geldt dat je het niet doorhebt dat je aan die zonde vastzit. Je denkt zelfs dat je er harder door gaat rennen. Het zit perfect. Nee, pas op zegt de schrijver! Pas op. Span je in. Ontdek die zonde en leg het af. Dus laat je niet vertragen en verstrikken, zodat je niet ten val komt. Doe je best om het van je af te werpen. Bedenk het ernstige gevaar, dat je anders je geloof verliest. De finish niet haalt. Geen krans, geen medaille krijgt. Ja, geen deel hebt aan de verlossing in Jezus Christus. Dat is die zonde, die we moeten afleggen.

Daarnaast zegt de schrijver in vers 1 dat we nog iets anders moet afleggen, dat is alle last, zegt vers 1. Alle last. ‘Welke last ook maar.’ Waar moet je dan aan denken, broeders en zusters? Nou, dan gaat het over die dingen, die op zichzelf genomen geen zonden zijn. Maar die voor u of voor jou wel tot zonde kunnen verleiden. En die je wel kunnen vertragen in het geloof. Die door jouw plek, door jouw leeftijd, door jouw geschiedenis, door jouw omstandigheden een verleiding kunnen vormen. Ook daarvan zegt de Heere: werp het van je, doe het weg. Bijvoorbeeld, een vriendschap die je hebt, maar waarin je verleid wordt tot zonde of die je ten val kan brengen. Of een locatie, een plek waarvan je zelf weet: daar moet ik niet heen gaan, want dan loop ik het gevaar om verkeerde dingen te doen of te zien of te zeggen, noem maar op. Een vereniging, een evenement, een gewoonte waar je plezier in hebt, iets van entertainment. Een app op je mobiel of een serie, die je volgt, zeg het maar. Een ieder van ons weet dat het beste van zichzelf. Ieder in zijn eigen leven. Ook van deze verleidingen zegt de Heere: doe het weg, leg het af. Dat is eigenlijk hetzelfde wat de Heere Jezus zegt in de Bergrede: als je oog je tot zonde verleid, als je hand je tot zonde verleid, hak het af, werp het weg. Zo zegt de Hebreeënschrijver: alle last, waarvan je zelf weet dat het je tot zonde kan verleiden: werp het weg. Laat je niet vertragen. Elke blokkade, elke hindernis, elke verleiding, dat is er één teveel. Wie zichzelf niets wil ontzien op die renbaan van het geloof, die zal ook geen medaille krijgen. Die zal de finish niet kunnen behalen.

Als we deze scherpe, ernstige aansporing en waarschuwing horen, broeders en zusters. Dan is het ook goed om te zien dat de Hebreeënschrijver ook over zichzelf spreekt. Laten wij afleggen, zegt hij. Wij! Er is geen verschil tussen de gelovigen. Iedere gelovige heeft deze strijd op aarde. De schrijver van de brief niet uitgezonderd, ambtsdragers niet uitgezonderd. Predikanten, gemeenteleden jong en oud, gezond of ziek, man of vrouw. Ieder in zijn eigen situatie, in zijn of haar omstandigheid. Ieder heeft die wedloop te lopen en ieder komt die obstakels tegen en ieder heeft die strijd om dat weg te doen en af te leggen.

Laten we ons niet vergissen, broeders en zusters. Die strijd heb jij, heeft u. Maar die heeft u broeder en zuster net zo, ook al denk je soms misschien van niet. Kijk en daarin hebben je juist ook elkaars steun zo hard nodig. Dat je elkaar bemoedigd op die wedloop. Dat je je niet onttrekt aan de kerk. Om op jezelf te gaan rennen of ergens anders te gaan rennen. Maar dat je samen optrekt. Elkaar aanspoort. Hou vol, zet door. Want de kracht van de Heere en de beloften van de Heere is zo groot. De Heere is zo trouw. Hij wil en zal de kracht geven, zodat je ook samen de finish mag behalen.

Derde gedeelte

In dit derde gedeelte van de preek komen we bij de tweede aansporing die in vers 1 staat. Kijk en dan komen we bij het eigenlijke werk. Want het gaat per slot van rekening over een wedloop, die we moeten rennen. Dat is hier de aansporing: ren! U moet rennen! “Laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt.” De schrijver gebruikt hier dus het beeld van het rennen van een wedloop, een marathon. Dat is een heel mooi beeld. De schrijver zegt ons hier iets over wat geloven precies is. Geloven is niet luilekkerland, om het zo maar even te zeggen. Nee, geloven dat betekent dat je jezelf in het zweet moet werken. Dat is rennen. Inspannen. Doorzetten. Hard werken.

En dat moet u moet goed verstaan. Het gaat er hier dan niet over de vraag wie het snelst bij de finish is. Het is geen sprintje. Nee, het gaat hier om het volhouden. Daar ligt de nadruk op in dat laatste gedeelte van vers 1: laten we moet volharding de wedloop lopen die voor ons ligt. Met volharding, dat is in het Grieks ‘geduld, uithoudingsvermogen, doorzettingsvermogen’. Hou vol, zet door! Gelovig de weg blijven gaan die de Heere je wijst. Dan zal je de finish halen.

En dan mag daar ook zekerheid en rust zijn in uw leven, geliefden. Als je je zo inspant, met volharding, in geloof, dan mag je ook die zekerheid ontvangen. Die zekerheid, dat je weet en gelooft: ik zal de finish halen. Niet door eigen kracht, maar door Gods kracht en zijn genade. Want ja, u moet zich inspannen in het geloof. Maar het komt aan op uw hart. Uw liefde voor de Heere. Net zoals de apostel Paulus dat zegt in 2 Tim. 4: “Ik heb de wedloop tot een goed einde gebracht, ik heb het geloof behouden, verder is voor mij weggelegd de krans van de rechtvaardigheid, die de Heere mij op die dag geven zal.” En dan komt het “niet alleen mij, maar ook allen die zijn verschijning hebben liefgehad.” Daar gaat het om. Dat je de Heere Jezus lief hebt. Dat je Hem kent en vertrouwd met heel je hart. In dat geloof kan je de wedloop lopen. Ziende op de belofte van de Heere. Zijn kracht! Niet angstig, of je wel of niet hard genoeg rent. Nee, maar met vrijmoedigheid.

En als je die lijst van Hebreeën 11 dan doorleest en je ziet wat gelovigen soms hebben moeten verdragen. Als je om je heen kijkt en denkt: als ik dat ook moet meemaken wat die broeder of die zuster heeft meegemaakt. Dan denk je misschien: dat zou ik nooit kunnen volhouden. Nou, zegt de Heere, je moet de wedloop lopen die voor je ligt. Ieder met zijn eigen levensloop, met zijn eigen aanvechtingen, met zijn eigen tegenslag en verleidingen. Niet de wedloop van je buurman of je buurvrouw, nee ieder zijn eigen wedloop, met zijn eigen kronkels en zijn eigen bochten. Bij de een gaat het naar links, de ander naar rechts, en de ander misschien wel min of meer rechtdoor. Wie zal het zeggen. En misschien zou je bij wijze van spreken de wedloop van de ander inderdaad niet kunnen volhouden. Maar dat hoeft ook helemaal niet. Je hoeft alleen maar te rennen de wedloop die voor je ligt. Daarop gaat het om: volhouden op de weg die God je wijst. Ieder op zijn eigen weg. Maar hou daar wel op vol. Ga die weg. Met gelovig vertrouwen en inspanning.

En dat kan ook. Die weg mag u ook gaan. Door Gods genade en door zijn kracht. Kijk maar om je heen! Een hal vol foto’s. Allemaal geloofsgetuigen. Ze zeggen wel eens over Hebreeën 11 dat dat geloofshelden zijn. De geloofshelden van Hebr. 11. Maar zijn het helden? Nee. Het zijn niet mensen die in zichzelf sterk en krachtig zijn, alsof zij bijzondere helden zouden zijn. Nee. Denkt u maar aan Gideon in al zijn twijfels en zwakheden. Of Simson. Nee, in Hebr. 11 ontmoeten we geen geloofshelden, maar geloofsgetuigen. Zij getuigen van de kracht van God! Hun overwinning, dat zij de finish hebben gehaald, dat komt door God, door zijn kracht. Gods belofte is geen leeg woord. Nee, Gods beloftewoord is vol leven en vol kracht. Hij schenkt de overwinning. Dat kan je vooral zien in de Heere Jezus Christus. Ook Hij liep de wedloop, volgende week zullen we daar nog uitgebreider bij stilstaan. De Heere Jezus die in vers 2 wordt genoemd: de Leidsman en Voleinder van het geloof. Van de Heere Jezus en van zijn uitgestorte Geest komt alle kracht. Hou vol, met volharding. Voetje voor voetje, stap voor stap. De ene voet voor de andere voet. Steeds maar door. Zo zult u, broeders en zusters, de eindstreep mogen behalen. Door Gods belofte, door Gods kracht. Hij is trouw, Hij zal het doen.

Amen.

Published inPreek

Reacties zijn gesloten.