Sla over naar de inhoud

Preek 2 Kor. 1:3-4

Paulus laat zien hoe verdrukking en moeite toch tot zegen kan zijn. Niet alleen voor de gelovige zelf, maar ook voor zijn omgeving. Een preek over een bijzonder inkijkje in de manier hoe God zijn kinderen wil vormen naar zijn beeld.

Liturgie
Psalm 103:1
Psalm 25:4 (na wet)
Psalm 94:6,9 (na Schriftlezing)
Psalm 34:7,8 (na preek)
Psalm 80:10 (na geloofsbelijdenis)
Psalm 68:13

Schriftlezing 2 Kor 1:1-11; Hebr. 4:14-16
Tekst 2 Kor. 1:3-4

Preek 2 Kor. 1:3-4
Door ds. C. Koster

De God en Vader van Jezus Christus troost

  1. De Trooster
  2. De Vertroosting
  3. De vertroosters

Geliefde gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In onze tekstverzen kunt u de persoonlijke geschiedenis van Paulus zien. Paulus spreekt hier namelijk over onze God, en Hij noemt Hem de God en Vader van onze Heere Jezus Christus. En dat is een heel mooi en persoonlijk begin van zijn brief.

U weet wel dat in het Oude Testament en ook door de Joden gesproken wordt over de God van onze vaderen Abraham, Izaäk en Jacob. De God van onze vaderen. Dat was de God waar ook Paulus als Jood in geloofde voor zijn bekering.

Tot het moment, dat Paulus door het ingrijpen van Jezus Christus zelf tot de ontdekking kwam, dat deze God niet alleen de God is van onze vaderen. Maar dat deze God ook de God en Vader is van Jezus Christus. Ja, dat Jezus van Nazareth de beloofde Verlosser was, die komen zou. De door God gezonden Redder. En die ontdekking en verwondering van Paulus klinkt als het ware door in deze woorden van vers 3. De God en Vader van onze Heere Jezus Christus.

De God van het Oude Testament is dezelfde God, als de God van Jezus Christus, die we ontmoeten in het Nieuwe Testament. Hij is de Vader van Jezus Christus. En ieder die bij Jezus Christus hoort, die mag ook God en Vader zeggen, tegen de God en van Vader van Jezus Christus.

Paulus onderstreept deze werkelijkheid over Jezus Christus met de woorden die hij daarna gebruikt. Onze God is de Vader van de barmhartigheden. De God van alle vertroosting.

Barmhartigheid en vertroosting, dat zijn woorden met een hele diepe klank. Als je deze woorden gebruikt, dan heb je namelijk het Oude Testament als klankkast. Dat is eigenlijk net als bij mooie muziek. Dat klinkt pas echt goed als het de ruimte krijgt in een klankkast. Zo is het ook met deze woorden. Je verstaat ze pas echt als je ziet wat voor wereld er achter deze woorden schuil gaat als je het Oude Testament open doet.

Ik kan dat niet helemaal uitwerken in deze preek. Maar de barmhartigheden van God, dat zijn Gods innerlijke gevoelens van ontferming en liefde. Gods barmhartigheid en liefde is de motivatie van God om tot actie over te gaan.

Denkt u aan die bekende woorden van Psalm 103. Niet eeuwig zal Hij toornen, niet altoos zal Hij twisten. Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden. Waarom dan niet? Dat zegt de Psalm ook: omdat de HEERE barmhartig is! Omdat Hij met innerlijke gevoelens van ontferming bewogen is met zijn volk. Hij denkt aan zijn verbond en schenkt verlossing.

Uit die barmhartigheid van God komen zulke mooie dingen voort! De HEERE verlost zijn volk uit Egypte. Hij verlost zijn volk uit de ballingschap. Hij zendt zijn Zoon naar deze aarde. Om zijn volk te verlossen van álle zonde en ellende. Dat alles komt voort uit Gods innige gevoelens van barmhartigheid en ontferming.

En dan dat andere woord: troost. Dat woord komt in het Oude Testament vaak voor, juist als het gaat over het komende heil van God in zijn Zoon. Denkt u aan Jes. 40: Troost, troost mijn volk, zal uw God zeggen. Want de Heere HEERE zal met kracht komen en zijn arm zal heersen. Als een herder, heel duidelijk gaat het hier over Jezus Christus!, als een herder zal Hij zijn kudde weiden.

En Jes. 66, als het ook gaat over de toekomst vrede, dan zegt Jesaja: zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ik u troosten, ja, in Jeruzalem zult u getroost worden.

En denkt u aan Simeon in de tempel, ten tijde van de geboorte van Jezus Christus. Hij verwacht de vertroosting van Israël (Luk. 2:25). En wie mag hij dan zien? Het kindje Jezus, dat in de tempel komt.

De barmhartigheid en vertroosting heeft God keer op keer laten zien in het Oude Testament. En heeft God ten volle geopenbaard in zijn Zoon Jezus Christus.

Over deze God spreekt Paulus. De God en Vader van onze Heere Jezus Christus, de God van de barmhartigheden en de Vader van alle vertroosting. En als Paulus dat zegt, dan is dat geen zakelijke melding. Geen informatie: zo en zo is God, punt. Nee, Paulus prijst zijn God. “Geprezen zij” deze God. Deze barmhartige, genadige God geeft verlossing.

Paulus is deze God zo innig dankbaar. Met deze diepe jubelklank begint hij zijn brief aan de Korintiërs.

Paulus is ook zelf de Heere diep dankbaar. Ik zei al dat deze verzen spreken over de persoonlijke omstandigheden van Paulus. Want Paulus ervaart deze troost ook persoonlijk in zijn eigen leven. Ook voor hemzelf is spreken over God geen abstracte werkelijkheid. Hij geeft die troost ook aan mij, in mijn leven, zegt Paulus. Hij troost ons, vers 4. Hij troost mij.

Zo zitten we in het tweede gedeelte van de preek. Die belijdenis en lofprijzing van vers 3 vult Paulus eigenlijk aan in vers 4. Door te laten zien dat God ook nu vandaag in zijn daden barmhartig en troostvol is. God troost Paulus. God troost de gemeenten van Jezus Christus. Troosten is eigen aan God. Troosten hoort bij het karakter van God. Hij troost ons in al onze verdrukking, zegt Paulus.

Om te snappen wat Paulus bedoelt met dat woord verdrukking moeten we even kort kijken naar deze tweede brief van Paulus aan de gemeente te Korinthe. Want Paulus en deze gemeente in Korinthe hadden in deze periode niet zo’n goed contact met elkaar. Paulus had zelfs een bezoek aan deze gemeente afgezegd, omdat het conflict te hoog op dreigde te lopen. Daarom eerst maar een brief sturen, dacht Paulus, dat is beter dan een bezoek. Wat was er dan aan de hand, tussen Paulus en de gemeente?

Nu, u weet dat Paulus rond ging bij de steden om het evangelie te verkondingen bij Jezus Christus. En in veel steden kwamen mensen tot geloof en ontstond er op Paulus’ prediking een kerk van Jezus Christus. Maar het gebeurde ook heel vaak dat het niet goed ging. In vele steden was hij nog maar net gekomen, of hij werd al snel weer weggestuurd. Weg, de stad uit met deze Paulus.

In vers 8 geeft Paulus zelf een voorbeeld van zijn verdrukking. Hij had verdrukking in Asia, die uitermate zwaar was, boven zijn vermogen, zodat hij zelfs aan zijn leven wanhoopte. Over welke situatie het precies gaat, weten we niet. Maar blijkbaar was het enorm ernstig en dacht hij te moeten sterven voor de zaak van Christus. Vele heftige verdrukkingen moest Paulus ondergaan.

Maar dat was misschien nog niet eens het meest erge. Wat het grootste verdriet en zorg gaf, dat waren de Korintiërs zelf. Want zij dachten heel groot van zichzelf. Ze vonden zichzelf nog al wat, met al hun geestelijke gaven en kwaliteiten. En ze dachten tegelijk erg laag van Paulus. Paulus, dat was maar een onbelangrijke man. Die straalde niet van kracht en heerlijkheid. Hoezo zagen de Korintiërs dan geen kracht in de prediking van Paulus? Nou, kijk maar naar al dat lijden van Paulus. Al die verdrukkingen en moeite die hij moet ondergaan. Al met al dachten de mensen in Korinthe daarom dat Paulus niet een échte apostel was. Je zag in Paulus niet de kracht en heerlijkheid van God.

Deze moeite gaf Paulus het meeste verdriet. Dat zijn de verdrukkingen, waar hij mee te maken krijgt. Verdriet over de gemeente, naast de moeite van buiten af, de weerstand in deze wereld en het ongeloof en verzet richting het evangelie.

En toch weet Paulus zich getroost. Hij is getroost door God, die de Trooster is. Hoe dan, op welke manier? U weet wel wat troosten in de Bijbel betekent. Troosten heeft de betekenis van: erbij staan, helpen, ondersteunen, sterken.

Wie staat Paulus dan bij? Wie helpt hem dan? Dat is Jezus Christus! Jezus Christus was gezonden door zijn Vader naar deze wereld. Om zijn volk te verlossen van zonde en schuld. Daarom heeft Jezus Christus zoveel verdrukkingen moeten meemaken! Van de kant van de God-vijandige-wereld kwam lijden, spot, hoon, slagen, geseling, kruisiging.

En Paulus weet op zijn beurt dat hij door deze Jezus Christus gezonden is in deze wereld, om het evangelie te verkondigen. En Paulus weet daarom ook: in dezelfde vijandige wereld waarin Christus is gezonden, word ook ik gezonden. En diezelfde vijandige wereld, door wie Jezus Christus is gedood, die zal ook tegen mij, tegen ons zijn. Datzelfde lot kan ook ons overkomen. En het lijden wat ik ervaar, dat is in wezen hetzelfde lijden van Jezus Christus ook kreeg. Dat zegt Paulus bijvoorbeeld ook in vers 5: het lijden van Christus komt over ons.

Maar juist daarom is ook de vertroosting van Christus bij ons. Want Jezus Christus zélf is er bij. Dat zegt Paulus immers in vers 5 ook: “zoals het lijden van Christus overvloedig over ons komt, zo is door Christus ook onze vertroosting overvloedig!” Als ik voor Hem moet lijden. Dan mag ik ook weten dat Hij voor mij zorgt. Als ik deel in zijn lijden, dan zal ik ook delen in zijn troost. Dan mag ik weten: Hij is er bij. Hij troost mij. En straks brengt Hij me tot volmaakte heerlijkheid.

Zalig zij die nu treuren, zij zullen vertroost worden, zei Jezus Christus zelf in de zaligsprekingen.

En let u dan ook op dat meervoud, wat steeds wordt gebruikt. Paulus spreekt over ‘al onze verdrukkingen’. En ‘in allerlei verdrukkingen’. Waarom meervoud? Dan doelt Paulus op al die ellende, die op zoveel manieren aanwezig kan zijn in het leven van Gods kinderen. Nood, moeite, strijd, tegenstand, ziekte, aanvechting, verzoeking. Ieder op zijn of haar eigen plek krijgt zijn deel. En u weet wel dat geen verdrukking hetzelfde is.

Maar, en dat is het mooie, net zo divers en uiteenlopend als de verdrukking kan zijn. Net zo verschillend is ook de troost en genade die God geeft. De God van de barmhartigheden, meervoud! De Vader van álle vertroosting. In alle soorten en maten is God barmhartig en genadig. Die troost is in de kern één: Christus is erbij, Hij zorgt. Maar hoe die troost dan uitwerkt en uitgedeeld wordt is telkens weer zo uniek. Bij de HEERE is troost geen massaproduct, “one size fits all.” Nee, Hij levert maatwerk! “Deze troost voor hem in zijn situatie. Die troost voor haar op dit moment.”

Jezus Christus is de Hogepriester die troost geeft, precies zoals je nodig hebt. En weet u hoe dat kan? Weet u hoe Hij dat zo goed op de hoogte is van al de diversiteit aan moeiten en lijden? Hij weet zelf wat het is om te lijden! Hij is ook een mens, net als u en ik! Hij kan medelijden hebben met onze zwakheden, want Hij is in alles op dezelfde wijze als wij verzocht, maar zonder zonde, Hebr. 4, we hebben het samen gelezen. Juist daarom, zegt de Hebreeënschrijver, juist daarom mag u met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade. Opdat u barmhartigheid, barmhartigheid! verkrijgt en genade vindt om geholpen te worden op het juiste tijdstip. Op het juiste tijdstip! Barmhartigheid en genade, precies wanneer het moet.

Jezus Christus toont u Gods heerlijk en barmhartig aangezicht. Als je op Jezus Christus ziet, dan zie je God, in zijn liefde en ontferming. Waar Jezus Christus is, onze Middelaar, daar is vertroosting en barmhartigheid. In Hem toont God zijn vaderhart.

Zo bent u gewaarschuwd, broeders en zusters. Gewaarschuwd voor de moeiten, verdrukking die over christenen kan komen. Maar u, jij en ik, wij allen zijn niet alleen gewaarschuwd. U mag ook bemoedigd zijn.

Omdat u weet: ja verdrukking, moeite, lijden kan op mijn pad komen. Voor de apostel van Christus, voor de gemeente van Christus. Maar wat een troost: Christus is er bij. Als wij lijden, dan trekt Jezus Christus zichzelf dat aan. Dan troost Hij en beschermt Hij. Hij neemt het voor mij op!

Paulus schrijft dat niet voor niks. Hij heeft dat aan den lijve ervaren. Hijzelf was een vervolger van de gemeente van Jezus Christus. Maar de Heere Jezus nam het zelf op voor zijn gemeente. Toen kwam Paulus de Heere Jezus tegen onderweg naar Damascus. Maar Christus zei niet: waarom vervolgt u mijn gemeente. Nee, Hij zei: waarom vervolgt u Mij!

Jezus Christus is bij zijn vervolgde gemeente. Christus is bij al Gods kinderen die in moeite en verdrukking en nood zijn. Hij is barmhartig en Hij troost.

Dan tot slot nog het derde gedeelte van de preek. Want God doet nog iets, op zijn bijzondere goddelijke wijze. God laat ook nog zien hoe Hij lijden en moeite op bijzondere manier vruchtbaar wil maken. Vruchtbaar niet alleen voor gelovige zelf, maar ook voor zijn omgeving.

Wie getroost wordt, die kan ook ander troosten. Dat is een Goddelijk principe, wat Paulus hier leert. Zo zegt Paulus het immers in vers 4: “Zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn.”

En eigenlijk zien we dat al bij de Heere Jezus Christus zelf. Hij is onze Hogepriester, die zelf voor Gods kinderen geleden heeft. En daardoor ook anderen kan troosten.

We zien het bij Paulus. Hij weet wat lijden is en verdrukking. Hij wordt daarin vertroost. En nu troost hij ook weer anderen.

Ook u, gemeente van Jezus Christus, mag dat overnemen. De troost die je zelf ontvangt, die mag je weer uitdelen om je heen.

Want troost geeft kracht, zegt Paulus letterlijk in vers 4. Zodat wij hen kunnen troosten. Zodat wij gesterkt zijn om anderen te troosten. Troost krijgen stelt je in staat om troost uit te delen. Het geeft je kracht om dichtbij anderen te gaan staan. Om ook anderen te sterken in hun moeite. Om anderen tot een trooster te zijn.

En misschien herkent u dat ook wel zelf. Soms is een bezoek aan een zieke, of aan een sterfbed, of een christen in nood bijzonder troostvol voor jezelf. Dat je ziet: dit kind van God heeft moeite en lijden, maar hij is getroost en bemoedigd in het geloof. Daardoor kan hij of zij het volhouden en kijkt toch, misschien met moeite en verdriet, maar kijkt toch met vertrouwen de toekomst in. Daar gaat kracht van uit! Want je ziet de kracht van God werkzaam in de ander, die lijdt. En daarin mag je ook zelf getroost zijn, omdat de ander getroost is. De ander deelt dan uit die vrede en genade, die hij of zij zelf ontvangen heeft van God.

Soms door mooie of wijze woorden. Maar soms ook gewoon door de kracht die je mag zien. Of de vrede, die leeft in de ander z’n hart. Dat is Gods kracht, zodat degene die lijdt, toch de moeite kan dragen.

Dat is een goddelijk principe, waardoor God lijden vruchtbaar kan maken. Dan wordt je gevormd naar het beeld van Christus. Die zelf ook anderen troostte in en door zijn eigen lijden.

En natuurlijk is dat soms zo moeilijk. Soms ervaar je de troost niet en is er slechts aanvechting en strijd. Wat hebben we elkaar juist dan hard nodig. Om juist op die moeilijke momenten dan te mogen delen in de kracht en de troost van God. Om elkaar op te dragen aan de Heere. Om sterkt te worden door de ander, die wel getroost en gesterkt is. En samen te leren vrijmoedig te gaan tot de troon van de genade.

Dus ja, dan kan het zijn dat je moet lijden. En ja, dan moet je afzien van de dingen die je soms zelf verlangt. Dan moet je de strijd aan met de verleiding vanuit de wereld buiten je en je verkeerde verlangens binnen in je.

Maar wees niet bang. Want velen zijn je voorgegaan. Vele christenen. Ook Paulus zelf.

Ja, de Heere Jezus ging je voor. Want Hij liep ook op dat pad, als gezondene in deze wereld, gehoorzaam aan zijn Vader. Maar Hij liep als enige alleen. Hij liep zonder Gods troost en zonder Gods barmhartigheid. Hij werd door zijn Vader verlaten, en ontving alleen de toorn van God over de zonden van zijn volk.

Vanwege zijn lijden hoeft u, hoef jij niet bang te zijn. Want het enige wat u en jou hoeft te doen is Christus volgen. En u hoeft dat niet alleen te doen. Broeders en zusters om u heen. En Christus heel dichtbij, met zijn genade en zijn Geest. God zelf is daar, met zijn barmhartigheid en troost. Zo kan je Christus volgen in zijn voetsporen. En mag je uitdelen van de troost die je zelf ontving.

Zo kan u die weg gaan. De weg achter Christus aan. Een moeilijke weg. Maar wél een weg met een heerlijke en zekere uitkomst! Amen.

Published inPreek

Reacties zijn gesloten.